ECLI:NL:PHR:2012:BX5513
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing wettelijke voorschriften en disproportioneel politiegeweld
De zaak betreft een jeugdige verdachte die op 30 april 2009 in Almere werd veroordeeld voor het opzettelijk niet opvolgen van een bevel van een politieambtenaar en wederspannigheid tegen politieambtenaren die hem aanhielden. Het Hof had geoordeeld dat het bevel tot verwijderen was gebaseerd op artikel B.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Almere, en dat de politieambtenaren rechtmatig handelden ondanks het aangevoerde disproportionele geweld.
In cassatie klaagde de advocaat van de verdachte dat het Hof ten onrechte artikel B.1.2 APV als wettelijk voorschrift aanmerkte, terwijl dit niet uitdrukkelijk de bevoegdheid tot het doen van een vordering bevat zoals vereist door artikel 184 Sr Pro. Daarnaast stelde de verdediging dat het politieoptreden disproportioneel en daarmee onrechtmatig was, waardoor het bestanddeel 'rechtmatige uitoefening van hun bediening' niet was vervuld.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd door artikel B.1.2 APV als wettelijk voorschrift te kwalificeren en door het disproportionele geweld buiten beschouwing te laten bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het politieoptreden. De civielrechtelijke onrechtmatigheid kan niet los worden gezien van de strafrechtelijke rechtmatigheid. Hierdoor werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad benadrukte het belang van proportionaliteit en subsidiariteit bij politiegeweld en de noodzaak dat bevoegdheden tot vordering duidelijk wettelijk zijn geregeld. Tevens wees hij op het belang van een juiste juridische kwalificatie van verweren in cassatie en de gevolgen daarvan voor bewijsuitsluiting en strafvermindering.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens onjuiste rechtsopvattingen over wettelijkheid bevel en disproportioneel politiegeweld.