ECLI:NL:PHR:2012:BX5587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van art. 81 RO bij faillissementsaanvragen door meerdere schuldeisers
In deze zaak staat centraal de uitleg van art. 81 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de toepassing daarvan bij faillissementsaanvragen door meerdere schuldeisers. Lemonie Beleggingen B.V. werd failliet verklaard op verzoek van de ontvanger van de Belastingdienst en ABN AMRO Bank N.V. Beide partijen hadden afzonderlijk faillissementsverzoeken ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat een pluraliteit van schuldeisers kan bestaan en dat de aanvragen elkaar kunnen versterken, ook als de ene aanvraag op zichzelf onvoldoende gemotiveerd zou zijn.
De Hoge Raad bespreekt verder dat de toestemming van de Minister van Financiën voor de ontvanger geen constitutief vereiste is voor het indienen van een faillissementsaanvraag. Hoewel deze toestemming vereist is volgens interne richtlijnen, vormt het ontbreken daarvan geen reden om de aanvraag onrechtmatig te achten. De interne instructies van de Belastingdienst zijn van administratieve aard en scheppen geen rechten voor de belastingplichtige.
De Hoge Raad wijst klachten van Lemonie Beleggingen af die stelden dat het hof ten onrechte feiten heeft meegewogen die pas na de faillietverklaring bekend werden en dat de aanvraag van de ontvanger onrechtmatig zou zijn vanwege het ontbreken van volledige informatie in het toestemmingsverzoek. Het arrest bevestigt dat de rechter ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het uitspreken van faillissement en dat alle relevante feiten, ook die in hoger beroep aan het licht komen, mogen worden betrokken.
Deze uitspraak verduidelijkt de procedurele aspecten van faillissementsaanvragen door meerdere schuldeisers en bevestigt de geldigheid van gecombineerde aanvragen, evenals de beperkte rol van ministeriële toestemming in dit kader.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Lemonie Beleggingen wordt verworpen en het faillissement blijft in stand.