ECLI:NL:PHR:2012:BX5639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon voor gederfde verzekeringsuitkeringen tot 2014
In deze zaak staat de vraag centraal of Rabobank Oosterschelde U.A. als verzekeringstussenpersoon aansprakelijk is voor schade door misgelopen verzekeringsuitkeringen tot en met 2014, zoals het hof heeft geoordeeld, of tot 2024, zoals eiser vorderde. De Hoge Raad concludeert dat de klachten van eiser geen voldoende grond bieden om het oordeel van het hof te vernietigen.
Het geschil spitst zich toe op de periode waarvoor verzekeringsuitkeringen worden toegekend. Het hof heeft geoordeeld dat Rabobank aansprakelijk is voor gederfde uitkeringen tot en met 2014, waarbij het hof onder meer heeft meegewogen dat de door eiser aan Rabobank toegeschreven argumenten in hoger beroep niet zijn weersproken. De Hoge Raad benadrukt dat deze vaststelling niet ter discussie staat in cassatie.
De klachten van eiser richten zich onder meer op de vraag of verzekeraars bereid zouden zijn geweest een verzekering te bieden na 2014 en op de beoordeling van gezondheidsklachten van eiser. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet ontvankelijk zijn of geen goede grond bevatten om het oordeel van het hof aan te tasten. De Hoge Raad wijst de cassatieklachten af en bevestigt het oordeel van het hof dat Rabobank aansprakelijk is voor de schade tot en met 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de cassatieklachten af en bevestigt de aansprakelijkheid van Rabobank tot en met 2014.