ECLI:NL:PHR:2012:BX5640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg rechtsverhouding en mededingingsbeperking tussen verzekeringstussenpersonen
In deze zaak staat de uitleg van de rechtsverhouding tussen twee verzekeringstussenpersonen, Invertra en Maesstad, centraal. Maesstad was in 2002 opgevolgd in een relatie waarin De Hakenberg bepaalde diensten voor Invertra verrichtte. De vraag was in hoeverre Maesstad gehouden was tot mededingingsbeperkingen, met name of zij klanten van Invertra actief moest weerhouden over te stappen.
De rechtsverhouding was summier geregeld, met slechts een telefax uit 2001 als schriftelijke neerslag. De Hoge Raad benadrukt dat een zekere regulering van onderlinge concurrentie logisch is vanwege de toegang tot cliëntgegevens, maar een vergaande beperking van concurrentie onwaarschijnlijk is en de werking van de dienstverlenende onderneming ernstig zou belemmeren.
Het hof had onderzocht of Maesstad en haar directeur klanten van Invertra benaderd hadden met het doel hen over te halen over te stappen, en oordeelde dat dit niet bewezen was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst klachten af die stelden dat Maesstad verplicht was om overstappen te beletten of terug te draaien. De klachten missen feitelijke grondslag en zijn onvoldoende onderbouwd. De conclusie is dat de rechtsverhouding geen zodanige mededingingsbeperking bevatte en dat het hof zijn waardering niet onbegrijpelijk heeft gemaakt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.