ECLI:NL:PHR:2012:BX5784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid wegens afgebroken onderhandelingen over samenwerking en voorbehoud van goedkeuring door raad van commissarissen
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid wegens het afbreken van onderhandelingen tussen PPC en AMU over een samenwerking in de botteling en distributie van waterproducten op Curaçao. PPC vorderde primair een verklaring voor recht dat een samenwerkingsovereenkomst conform de General Partnership Agreement (GPA) bestond en dat AMU en IUH toerekenbaar tekort waren geschoten, subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatige afbreking van de onderhandelingen.
De feiten betreffen onder meer de oprichting van bottelarij en distributievennootschap, het opstellen van een businessplan, de betrokkenheid van de raad van commissarissen van IUH (RvC) bij goedkeuring van de samenwerking, en het voorbehoud van goedkeuring door de RvC. Het hof stelde vast dat PPC niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zonder goedkeuring van de RvC een overeenkomst tot stand zou komen, mede vanwege de afwijkingen in de GPA ten opzichte van de oorspronkelijke opzet die door de RvC was goedgekeurd.
Het hof oordeelde dat AMU de onderhandelingen gerechtvaardigd mocht afbreken op grond van het voorbehoud in de letter of intent en dat PPC zelf de onderhandelingen heeft afgebroken na het voorleggen van een gewijzigde overeenkomst. De vorderingen van PPC werden afgewezen. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en benadrukt dat het voorbehoud van goedkeuring de mate van gerechtvaardigd vertrouwen beïnvloedt en dat AMU voldoende haar best heeft gedaan om tot overeenstemming te komen.
Uitkomst: AMU mocht de onderhandelingen gerechtvaardigd afbreken vanwege het voorbehoud van goedkeuring door de raad van commissarissen, PPC's vorderingen worden afgewezen.