ECLI:NL:PHR:2012:BX5797
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen gegronde reden voor merkinbreuk bij verwijdering productcodes in parallelimport Sint Maarten
In deze zaak verzet Diageo zich tegen de verkoop door [verweerster] c.s. van parallel geïmporteerde alcoholhoudende dranken waarvan de identificatienummers zijn verwijderd. Diageo beroept zich op artikel 23 lid 8 van Pro de Merkenlandsverordening 1995 van de Nederlandse Antillen (Mlv) en het leerstuk van onrechtmatige daad.
Het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen wees de vordering van Diageo af. Ook het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bevestigde dit oordeel, waarbij het onder meer overwoog dat de wijzigingen aan de flessen zeer gering zijn en geen noemenswaardige afbreuk doen aan de goede faam van de merken. Het hof stelde dat het belang van vrije parallelhandel in Sint Maarten, dat voortvloeit uit het gekozen systeem van wereldwijde uitputting, zwaarder weegt dan het belang van Diageo bij het behoud van identificatiecodes.
Diageo stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet alle wezenlijke functies van het merk had meegewogen en dat het belang van de merkhouder als legitieme reden voor verzet moest worden erkend. De Hoge Raad bevestigt echter dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het belang van vrije parallelhandel prevaleert en dat het verwijderen van de codes geen merkinbreuk oplevert. Ook het beroep op het Landsbesluit Etikettering en andere wettelijke verplichtingen faalt, evenals de stelling dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden.
De Hoge Raad wijst op het concordantiebeginsel en de bijzondere situatie van Sint Maarten, waar wereldwijde uitputting geldt en het belang van vrije parallelhandel zwaar weegt. De jurisprudentie van het HvJEG is niet zonder meer toepasbaar. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het verwijderen van identificatiecodes op parallel geïmporteerde flessen levert geen merkinbreuk op.