ECLI:NL:PHR:2012:BX6713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieverzoek wegens ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad
In deze zaak heeft de moeder van meerdere minderjarige kinderen cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden. Deze beschikking betrof onder meer machtigingen tot uithuisplaatsing en gesloten jeugdzorg. Het cassatieverzoekschrift werd echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist is op grond van art. 426a lid 1 Rv.
Na een eerste constatering van dit vormverzuim door de griffier van de Hoge Raad, kreeg verzoekster de gelegenheid het verzoekschrift te herstellen. Hoewel een tweede verzoekschrift werd ingediend met het briefhoofd van een advocaat uit het arrondissement 's-Gravenhage, ontbrak de vereiste handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad alsnog.
Omdat het vormverzuim niet tijdig werd hersteld binnen de daarvoor gestelde termijn, concludeert de Procureur-Generaal dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar cassatieverzoek. Dit betekent dat de Hoge Raad het verzoek niet inhoudelijk zal behandelen en het vonnis van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieverzoek wegens het ontbreken van de vereiste handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.