ECLI:NL:PHR:2012:BX6934

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05477
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen moord met voorbedachten rade en opzet

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord en heeft tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de benadeelde partij.

Verdachte stelde in cassatie dat het dodelijk letsel het gevolg was van een noodlottig ongeluk tijdens een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes, waarbij hij zijn balans verloor. De verdediging betoogde dat er geen sprake was van voorbedachten rade en opzet.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewijsmiddelen en het verweer van verdachte op juiste wijze heeft gewogen en gemotiveerd heeft verworpen dat sprake was van een ongeluk. De bewezenverklaring van voorbedachten rade en opzet is niet onbegrijpelijk en de waardering van bewijsmiddelen is aan de feitenrechter voorbehouden.

Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen op grond van art. 81 RO Pro. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. De straf van 15 jaar gevangenisstraf blijft gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord met voorbedachten rade en opzet blijft gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 11/05477
Mr. Knigge
Zitting: 28 augustus 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2011 verdachte wegens "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1)
3. Namens verdachte heeft mr. S.V. Jansen, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van "voorbedachten rade" en "opzet".
4.2. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is geweest van een noodlottig ongeluk bij een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes. De verdachte zou ongelukkigerwijs zijn balans hebben verloren en het slachtoffer met enige snelheid met het zware mes hebben geraakt in de nek, waardoor het dodelijk letsel is opgetreden.
4.3. Het Hof heeft het verweer voorzover inhoudende dat geen sprake is geweest van voorbedachten rade gemotiveerd verworpen, terwijl voorts uit de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring (met inbegrip van het opzet) kan worden afgeleid. Niet onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geconcludeerd dat de verdachte handelde met opzet en met voorbedachten rade. Dat de steller van het middel kennelijk een andere selectie en waardering van de bewijsmiddelen voor ogen staat, doet daar niet aan af. Het middel miskent dat die selectie en waardering is voorbehouden aan de feitenrechter en dat die selectie en waardering in het algemeen geen motivering behoeft.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (11/02598), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.