ECLI:NL:PHR:2012:BX6964

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02321
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 FwArt. 351 lid 5 FwArt. 149 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in informatie- en sollicitatieplicht

Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage is de schuldsaneringsregeling uitgesproken voor verzoekster en betrokkene 1. Later heeft de rechtbank de regeling beëindigd vanwege niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden. Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd.

Verzoekster kwam in cassatie tegen de vastgestelde tekortkomingen, met name de schending van de informatieplicht en de sollicitatieplicht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoekster de informatieplicht heeft geschonden en dat dit haar kan worden toegerekend, ondanks een medisch rapport. Ook is vastgesteld dat verzoekster onvoldoende sollicitatie-inspanningen heeft geleverd, zonder dat een ontheffing was verleend.

De Hoge Raad verwierp de klachten van verzoekster en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De overige tekortkomingen, zoals het doen ontstaan van nieuwe schulden en boedelachterstand, werden niet bestreden en blijven eveneens ongewijzigd.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen van verzoekster.

Conclusie

12/02321
Mr. L. Timmerman
Parket: 15 augustus 2012
Conclusie inzake:
[Verzoekster]
verzoekster tot cassatie
1.1 Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 oktober 2010 is ten aanzien van [verzoekster] en [betrokkene 1] de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Bij vonnis van 12 januari 2012 is de schuldsaneringsregeling op verzoek van de bewindvoerder beëindigd op de grond dat [verzoekster] en [betrokkene 1] een of meer van hun uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomen en bovenmatige schulden doen of laten ontstaan (art. 350 lid 3 aanhef Pro respectievelijk onder c en d Fw). Bij arrest van 1 mei 2012 heeft het hof het vonnis bekrachtigd. [Verzoekster] is van dit arrest tijdig in cassatie gekomen.(1)
1.2 Voor zover hier van belang, heeft het hof de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van de volgende tekortkomingen, die naar het oordeel van het hof zowel tezamen als afzonderlijk aan voortzetting van de schuldsaneringsregeling in de weg staan:
1) schending van de informatieplicht, waarbij niet aannemelijk is geworden dat [verzoekster] terzake geen verwijt treft dan wel dat op grond van haar medische situatie het tekortschieten haar niet kan worden toegerekend. Hetgeen daarvoor mede op basis van dit rapport is aangevoerd, is volgens het hof onvoldoende dragend;
2) schending van de sollicitatieplicht. [Verzoekster] heeft onvoldoende sollicitatiebewijzen aan de bewindvoerder doen toekomen, terwijl bij herkeuring op 21 februari 2012 is gebleken dat zij voor 20 uur per week betaalde arbeid kan verrichten en de rechter-commissaris geen ontheffing heeft verleend van de sollicitatieplicht;
3) het doen of laten ontstaan van nieuwe schulden (€ 9.618,71) gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling;
4) de boedelachterstand groot € 239,81.
1.3 Het cassatiemiddel komt op tegen de hiervoor onder 1 en 2 door het hof vastgestelde tekortkomingen. Niet wordt bestreden dat elk van de tekortkomingen 's hofs oordeel, zoals het heeft overwogen, zelfstandig draagt. Nu de onder 3 en 4 weergegeven tekortkomingen niet worden bestreden, heeft [verzoekster] geen belang bij de bespreking van de klachten. 's Hofs oordeel blijft staan, ook als de klachten doel treffen. Ten overvloede bespreek ik ze.
1.4 Onderdeel 1 klaagt dat het hof art. 149 Rv Pro heeft geschonden doordat het de niet door de bewindvoerder bestreden inhoud van het rapport van [A] Medisch Advies van 21 februari 2012 niet als vaststaand heeft aangenomen.(2) Onderdeel 2 klaagt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat hetgeen op basis van het rapport is aangevoerd, onvoldoende dragend is. Voor zover onderdeel 1 net als onderdeel 2 opkomt tegen 's hofs oordeel aangaande de schending van de informatieplicht, kan uit het betreffende rapport niet worden afgeleid dat de schending van de informatieplicht [verzoekster] niet kan worden toegerekend. 's Hofs oordeel is in het licht van bedoeld rapport onjuist noch onbegrijpelijk. Voor zover onderdeel 1 net als onderdeel 3 's hofs oordeel met betrekking de sollicitatieplicht bestrijdt, falen ook deze klachten. Dat [verzoekster] niet aan de sollicitatieverplichting heeft voldaan, wordt in cassatie niet bestreden. Enkel wordt aangevoerd dat de oorzaak daarvan gezocht moet worden in de ADHD en dat 's hofs oordeel gelet daarop te streng is. Voor zover die stelling al feitelijke grondslag heeft - in de appelschriftuur wordt betreffende stelling alleen met betrekking tot [betrokkene 1] aangevoerd -, valt uit het betreffende rapport niet af te leiden dat [verzoekster] niet aan haar sollicitatieverplichting had kunnen voldoen. Gelet op de stellingen in feitelijke instanties hoefde het hof zijn oordeel in dit verband niet nader te motiveren. De tegen 's hofs oordeel gerichte klachten treffen geen doel.
1.5 Ik concludeer tot verwerping met toepassing van art. 81 Ro Pro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Het verzoekschrift is per post ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 7 mei 2012, derhalve binnen de in art. 351 lid 5 Fw Pro genoemde cassatietermijn van acht dagen.
2 In de toelichting wordt opgemerkt dat het hof op grond van het rapport "verzoekster de gelegenheid [had] moeten bieden om de bewuste aktiviteiten te entameren terwijl zij onder de schuldsaneringsregeling viel". Niet duidelijk wordt wat met die bewuste activiteiten wordt bedoeld.