ECLI:NL:PHR:2012:BX7499
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot houden verificatievergadering in faillissement wegens gebrek aan boedelactief
In deze zaak verzocht [verzoeker], bestuurder van gefailleerde, de rechter-commissaris om een verificatievergadering te gelasten, omdat gefailleerde een akkoord wilde aanbieden aan schuldeisers dat de executie van een eerder vonnis overbodig zou maken. De rechter-commissaris wees dit verzoek af vanwege onvoldoende bewijs dat er voldoende boedelactief was om een uitkering aan concurrente schuldeisers te doen en omdat er nog geen ontwerpakkoord was gedeponeerd.
De rechtbank Utrecht bevestigde deze afwijzing in hoger beroep, waarbij zij overwoog dat een verificatievergadering alleen zinvol is als er voldoende middelen zijn om boedelschulden, preferente schuldeisers en concurrente schuldeisers te voldoen. De rechtbank stelde dat hiervoor circa € 330.000 nodig is, terwijl het saldo op de boedelrekening slechts € 3.600 bedroeg en de door [verzoeker] gestelde gelden van € 50.000 onvoldoende waren.
Het cassatieberoep richtte zich op de motivering van de rechtbank, met name op de vermeende onjuiste weergave van de beschikbare gelden. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank haar oordeel voldoende had gemotiveerd en dat [verzoeker] niet had aangetoond dat er voldoende boedelactief was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een verificatievergadering werd afgewezen wegens onvoldoende boedelactief.