ECLI:NL:PHR:2012:BX7850
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslevering en medewerkingsplicht bij handtekeninggeschil kredietovereenkomst
Direktbank verstrekte een doorlopend krediet aan eiser en betrokkene 1, waarbij kredietovereenkomsten met handtekeningen van beiden waren gesloten. Na beëindiging van de relatie tussen eiser en betrokkene 1 ontstond discussie over de echtheid van de handtekeningen onder de kredietakten.
Het hof Arnhem beval een onderzoek door een handschriftdeskundige, waarbij eiser werd verzocht originele handtekeningen uit een bepaalde periode te overleggen. Eiser leverde slechts gedeeltelijk mee en stelde niet over alle gevraagde handtekeningen te beschikken. De deskundige concludeerde dat de betwiste handtekeningen waarschijnlijk van eiser waren, maar het rapport leverde onvoldoende volledig bewijs op.
Het hof oordeelde dat eiser niet aan zijn medewerkingsplicht had voldaan en rekende de bewijsnood van Direktbank voor zijn risico, waardoor eiser werd geacht de akten te hebben ondertekend. Het hof bekrachtigde het vonnis dat eiser aansprakelijk is voor de schuld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep wegens onvoldoende motivering en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bekrachtigd.