1 Rechtbank Haarlem 11 mei 2010, nrs. AWB 08/7944, 08/7946, 08/4647 en 08/7949, LJN BM4472, NTFR 2010/2173 met noot Rozendal.
2 De partijen waren voor het geval de Rechtbank zou oordelen dat geen vrijstelling van toepassing is, overeengekomen dat de belanghebbenden 6% overdrachtsbelasting moesten voldoen over hun aandeel in de CV. De waarde in het economische verkeer van de onroerende zaken is ter zitting van de Rechtbank vastgesteld op f 3.828.750 (102.100 m² x f 37,50 per m²). Aldus kan de overdrachtsbelasting als volgt worden berekend:
X1: 6% x 9% x f 3.828.750 = f 20.675,25 = € 9.382
X2: 6% x 27% x f 3.828.750 = f 62.025,75 = € 28.146
X3: 6% x 27% x f 3.828.750 = f 62.025,75 = € 28.146
X4: 6% x 27% x f 3.828.750 = f 62.025,75 = € 28.146
3 Gerechtshof Amsterdam 8 september 2011, nrs. P01/00355, 10/00356, 10/00357 en 10/00358, LJN BV0084, NTFR 2012/ 305 met noot Rozendal.
4 De in de onroerende zaken aanwezige meerwaarde ad. f 3.067.750 (f 4.128.750 - f 1.061.000) is voor 9% toegerekend aan de kapitaalrekening van X1, voor 27% aan de respectieve kapitaalrekeningen van X2, X3 en X4 en voor 10% aan de BV.
5 Tekst zoals die luidde van 31 maart 1995, 18.00 uur, tot en met 27 februari 2000.
6 Wet van 11 juli 1882, tot wijziging der bepalingen betreffende de heffing der regten van registratie, Stb. 92.
7 Wet van 23 juli 1908, houdende wijziging en aanvulling der wetten betreffende de registratiebelasting, Stb. 239.
8 Kamerstukken II 1906-1907, 99, nr. 3 (MvT), blz. 1-2.
9 Frimaire was de derde maand van de Franse Republikeinse kalender. 22 Frimaire jaar VII correspondeert met 12 december 1798 volgens de Gregoriaanse kalender.
10 Kamerstukken II 1907-1908, 23, nr. 7 (MvA), blz. 21.
11 Zie H.F.R. Dubois, De registratiewet 1917, Zwolle: N.V. Uitgevers-Maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink 1958, zesde druk, blz. 200-201.
12 Kamerstukken II 1915-1916, 211, nr. 3 (MvT), blz. 18.
13 Als ik het goed zie, werd vanaf 1882 ter zake van inbreng van onroerende zaken in kapitaalvennootschappen als volgt belasting geheven: 1882-1908: geen heffing; 1908-1917: overdrachtsbelasting; 1917-1972: kapitaalsbelasting; 1972 - heden: overdrachtsbelasting.
14 Kamerstukken II 1915-1916, 211, nr. 3 (MvT), blz. 21.
15 H.F.R. Dubois, a.w., blz. 202-204.
16 H.C. Ittman, Registratiewet 1917, Arnhem: S. Gouda Quint, 1927, tweede druk, blz. 166-167.
17 Kamerstukken II 1969-1970, 10 560, nr. 3 (MvT), blz. 17.
18 Kamerstukken II 1969-1970, 10 560, nr. 3 (MvT), blz. 17.
19 Kamerstukken II 1999/2000, 27 030, nr. 3 (MvT), blz. 6-9.
20 Hoge Raad 17 maart 1993, nr. 28 927, LJN ZC5302, BNB 1993/199 met noot Zwemmer, V-N 1993/1317, FED 1993/ 460 met noot Rijkels.
21 Hoge Raad 25 oktober 1978, nr. 18 999, LJN AX2828, BNB 1978/312.
22 Hoge Raad 12 september 1990, nr. 26 653, LJN ZC4379, na conclusie Van Soest, BNB 1990/319, V-N 1991, 2686, FED 1990/880 met noot Rijkels.
23 Hoge Raad, 29 augustus 1997, nr. 31 597, LJN AA2262, na conclusie Van Soest, BNB 1997/374 met noot Rijkers, V-N 1997/3166, FED 1997/726 met noot Cornelisse.
24 Hoge Raad 15 juni 2012, nr. 11/02194, LJN BV1922, na conclusie Wattel, V-N 2012/19.26, NTFR 2012/1632 met noot Rozendal.
25 Voetnoot in origineel: Zie R.L.H. IJzerman, Het leerstuk van de wetsontduiking in het belastingrecht (diss. UvA), Deventer: Kluwer 1991, p. 82-83; en Den Boer, Koopman & Wattel, Algemeen Belastingrecht. Fiscaal Commentaar, Deventer: Kluwer 1999, p. 59. Uitdrukkelijk HR 25 oktober 2000, nr. 35 957, LJN AA7846, BNB 2001/123, met noot Van der Geld, NTFR 2000/1625, met noot Zandee-Dingemanse, V-N 2000/49.14:
"4.3. Voorzover het middel zich richt tegen de weergave door het Hof van het standpunt van de Inspecteur met betrekking tot diens beroep op het leerstuk van de wetsontduiking, kan het evenmin tot cassatie leiden. Nu het door de Inspecteur gewraakte ontgaan door belanghebbende van de aanmerkelijkbelangheffing over f 12.000.000,-- met een gewoon middel had kunnen worden bestreden - namelijk door geen fusie aanwezig te achten vanwege de omstandigheid dat de tegenprestatie niet zoveel mogelijk uit aandelen bestond -, is in zoverre immers een beroep op wetsontduiking niet mogelijk."
26 Voetnoot origineel: R.L.H. IJzerman, Het leerstuk van de wetsontduiking in het belastingrecht (diss. UvA), Deventer: Kluwer 1991, p. 128.
27 Voetnoot origineel: Volgens Den Boer, Koopman & Wattel, Algemeen belastingrecht. Fiscaal Commentaar, Deventer: Kluwer 1999, p. 63, is dit sinds HR BNB 1985/171 vaste rechtspraak.