ECLI:NL:PHR:2012:BX8079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid opvragen Mulder-beschikkingen en pasfoto in strafrechtelijk onderzoek
In deze zaak staat centraal de rechtmatigheid van het opvragen van gegevens in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte, die door het gerechtshof is veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet en witwassen.
De verdediging voerde verweer tegen de wijze waarop de identiteit van verdachte werd vastgesteld, met name tegen het onrechtmatig verkrijgen van een overzicht van Mulder-beschikkingen bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en het onrechtmatig opvragen van een pasfoto bij de gemeente. De Hoge Raad overweegt dat het CJIB een onderdeel is van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en dat het overzicht van Mulder-beschikkingen niet bij een derde is opgevraagd, zodat een vordering op grond van art. 126nd Sv niet vereist was.
Ten aanzien van de pasfoto oordeelt de Hoge Raad dat deze via de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 rechtmatig kon worden opgevraagd, omdat opsporingsambtenaren op grond van art. 73 Pur Pro gegevens uit de reisdocumentenadministratie mogen verkrijgen indien deze noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten. De pasfoto wordt als een gevoelig gegeven aangemerkt, maar de regeling voorziet in een wettelijke grondslag die voldoet aan de vereisten van art. 10 Grondwet Pro en art. 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad wijst het verweer af dat de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wbvg) exclusief van toepassing zou zijn op het opvragen van pasfoto's en bevestigt dat bestaande bijzondere wettelijke regelingen, zoals de Paspoortwet, een zelfstandige grondslag bieden. De conclusie is dat het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het opvragen van Mulder-beschikkingen en de pasfoto was rechtmatig.