ECLI:NL:PHR:2012:BX8441
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid uitzending Vara over telefonische werving Pretium
In deze zaak stond de vraag centraal of de televisie-uitzendingen van Vara over de telefonische wervingspraktijken van Pretium onrechtmatig waren. Pretium had in kort geding sancties gevorderd tegen de uitzendingen, waarbij zij aanvankelijk in eerste aanleg succes had, maar in hoger beroep werd afgewezen. Pretium stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten van Pretium grotendeels neerkwamen op een herbeoordeling van feitelijke waarderingen door het hof, wat in cassatie niet aan de orde is. De Hoge Raad bevestigde dat de journalistieke zorgvuldigheidsnormen die Pretium hanteerde te hoog waren en dat het hof terecht had geoordeeld dat Vara voldoende onderzoek had gedaan naar de ernst van de klachten en de betrouwbaarheid van anonieme bronnen.
Verder werd benadrukt dat het recht op bescherming van bronnen, zoals neergelegd in art. 10 EVRM Pro, niet zomaar mag worden doorbroken door een publiciteitsmedium. De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof begrijpelijk en voldoende was en dat de klachten van Pretium onvoldoende grond boden om het cassatieberoep te honoreren. Het beroep werd dan ook verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium wordt verworpen en de rechtmatigheid van de uitzendingen van Vara wordt bevestigd.