ECLI:NL:PHR:2012:BX8749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending van art. 11 lid 1 sub d VOGP bij omzetting gevangenisstraf
De arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch verklaarde de tenuitvoerlegging van een Poolse gevangenisstraf van vijf jaren toelaatbaar en legde de veroordeelde een gevangenisstraf van vijf jaren op. De rechtbank hield rekening met de Poolse regeling voor vervroegde invrijheidstelling, maar stelde een Nederlandse voorwaardelijke invrijheidstellingdatum vast die later lag dan de Poolse.
De raadsman van de veroordeelde voerde aan dat de straf in Nederland niet langer mag zijn dan in Polen, mede gelet op de verschillen in detentieomstandigheden en de tijd tussen het feit en uitlevering. De officier van justitie erkende een fout in de berekening van de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling, wat leidde tot een mogelijke verzwaring van de strafrechtelijke positie van de veroordeelde.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de verdragsbepaling van art. 11 lid 1 sub d VOGP Pro heeft miskend door een straf op te leggen die leidt tot een langere resterende straf in Nederland dan in Polen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.
De procedure benadrukt het belang van correcte toepassing van internationale verdragsbepalingen bij omzetting van strafvervolgingen en de noodzaak om de strafrechtelijke positie van de veroordeelde niet te verzwaren.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak en wijst zaak terug wegens schending art. 11 lid 1 sub d VOGP bij omzetting gevangenisstraf.