ECLI:NL:PHR:2012:BX9534
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende motivering aanwezigheid publiek bij verstoring openbare orde
Op 18 mei 2008 werd verdachte in Utrecht veroordeeld voor het verstoren van de openbare orde en hinderlijk gedrag op de Catharijnesingel, door het voorbereiden en gebruiken van verdovende middelen in het openbaar. De tenlastelegging was gebaseerd op artikel 10, eerste lid, van de toen geldende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Utrecht.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of het oordeel van het hof dat de gedragingen van verdachte "ten aanschouwe van het daar aanwezige publiek" waren verricht, voldoende was gemotiveerd. Het hof had geoordeeld dat op grond van tijd en plaats van het gebeuren publiek aanwezig kon zijn, maar had dit niet nader onderbouwd. De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering onvoldoende is, omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat er op zondagmorgen publiek aanwezig was op die locatie.
De Hoge Raad constateerde dat het enkele feit dat de gedraging in het openbaar plaatsvond, onvoldoende is voor bewezenverklaring van de aanwezigheid van publiek. Zonder deze omstandigheid kan de bewezenverklaring van hinderlijk gedrag en ordeverstoring niet gehandhaafd blijven. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling op basis van het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering van de aanwezigheid van publiek.