ECLI:NL:PHR:2012:BX9888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor diensten aan hypotheekverstrekkers betreffende kredietbeheer en betalingsverkeer
In deze cassatieprocedure staat de fiscale kwalificatie centraal van twee diensten die een vennootschap (belanghebbende) aan hypotheekverstrekkers verleent: de A-dienst en de B-dienst. De A-dienst betreft activiteiten in het voortraject van kredietverlening, zoals het ter beschikking stellen van een computersysteem voor het beoordelen van kredietaanvragen en het uitbrengen van offertes. De B-dienst omvat handelingen na het tot stand komen van de kredietovereenkomst, zoals het voeren van kredietadministratie, het berekenen van maandelijkse betalingen en het verzorgen van elektronische in- en excasso diensten.
De Rechtbank en het Hof hebben geoordeeld dat de A-dienst niet vrijgesteld is van omzetbelasting omdat het een eenvoudige materiële en technische dienst betreft zonder directe relatie met kredietverlening of bemiddeling. De B-dienst is door het Hof wel vrijgesteld, omdat deze dienst als een samenhangend geheel wordt gezien dat het overmaken van geld omvat en daardoor juridische en financiële wijzigingen in de relatie tussen kredietnemer en kredietverstrekker teweegbrengt. De Staatssecretaris stelt cassatieberoep in tegen deze vrijstelling van de B-dienst, terwijl belanghebbende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelt tegen de heffing op de A-dienst.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het oordeel van het Hof over de B-dienst feitelijk en niet onbegrijpelijk is en dat de vrijstelling terecht is toegepast. Ook de toepassing van de bankenresolutie ondersteunt het vertrouwen van belanghebbende dat haar incassowerkzaamheden vrijgesteld zijn. Voor de A-dienst wordt bevestigd dat deze niet als kredietverlening of bemiddeling kwalificeert en derhalve belast is. De conclusie is dat het principale cassatieberoep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De B-dienst is vrijgesteld van omzetbelasting, de A-dienst niet.