ECLI:NL:PHR:2012:BY0957
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verknochtheid van schadevergoeding na echtscheiding
De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding tussen man en vrouw, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De man ontving tijdens het huwelijk een schadevergoeding wegens een auto-ongeval, en de vraag was of deze vergoeding verknocht was aan de man en dus buiten de gemeenschap viel.
De rechtbank oordeelde dat de schadevergoeding aan de man verknocht was en buiten de verdeling bleef, terwijl het hof dit oordeel vernietigde en stelde dat de schadevergoeding in de gemeenschap viel. De Hoge Raad heeft overwogen dat verknochtheid niet automatisch geldt voor geldbedragen, ook niet als deze betrekking hebben op immateriële of materiële schadevergoeding. Voor verknochtheid moet worden vastgesteld dat het bedrag nog identificeerbaar is en een bijzondere band met de echtgenoot heeft.
De Hoge Raad benadrukte dat maatschappelijke opvattingen en omstandigheden van het geval bepalend zijn voor verknochtheid. Ook werd bevestigd dat de nieuwe wetgeving (artikel 1:94 BW Pro lid 4) geen wijziging brengt in de regels omtrent verknochtheid. De conclusie is dat het oordeel van het hof onjuist was door te stellen dat geldelijke schadevergoedingen nooit verknocht kunnen zijn, maar dat dit wel mogelijk is onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: Het oordeel van het hof dat de schadevergoeding in de gemeenschap valt wordt vernietigd; verknochtheid van geldelijke schadevergoeding is mogelijk onder voorwaarden.