ECLI:NL:PHR:2012:BY0962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht vader voor kinderalimentatie op basis van vermogen en uitkeringen
In deze zaak gaat het om de vaststelling van kinderalimentatie na echtscheiding tussen de vader en moeder van drie minderjarige kinderen. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €48 per kind per maand, uitgaande van het inkomen van de vader uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering en zonder rekening te houden met een ontslagvergoeding uit 2002. De moeder stelde echter dat de vader ook beschikte over een eenmalige uitkering van circa €175.000 uit 2005, die belegd zou zijn in onroerend goed in Marokko.
Het gerechtshof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast op €150 per kind per maand, omdat het aannemelijk achtte dat de vader nog steeds over het vermogen beschikte. De vader had bankafschriften overgelegd waaruit bleek dat hij het bedrag had opgenomen, maar zijn verklaring over besteding (vakanties en geld uit een kluis gehaald door een broer van de moeder) vond het hof niet aannemelijk. Ook het ontbreken van aangiften en bewijsstukken ondersteunde het oordeel van het hof.
De vader stelde in cassatie dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan de bankafschriften, de bewijslast onjuist legde en zich onterecht baseerde op een foto van een woning in Marokko. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de vader onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet langer over het vermogen beschikte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de stelplicht en bewijslast bij de vader had gelegd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de alimentatieverplichting van de vader op basis van zijn draagkracht, inclusief het vermogen uit de eenmalige uitkering en de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vader nog steeds beschikt over het vermogen en wijst het cassatieberoep af.