ECLI:NL:PHR:2012:BY1382
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod en bewijslast bij betwisting geldleningsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser betaling van een geldbedrag vermeerderd met rente, gebaseerd op een overeenkomst van geldlening vastgelegd in een schuldbekentenis. Gedaagde ontkent zowel de overeenkomst als de ontvangst van het geld en betwist de ondertekening van de schuldbekentenis, stellende dat hij destijds niet in Nederland woonde en eiser niet kende.
De rechtbank wees de vordering af omdat de ondertekening van de akte werd ontkend en geen bewijs werd geleverd wie de handtekening had geplaatst. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het bewijsaanbod van eiser af omdat hij onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om het bestaan van de overeenkomst aannemelijk te maken, mede gezien het verweer van gedaagde.
In cassatie klaagt eiser over schending van de bewijslastregels en het niet toewijzen van het bewijsaanbod, alsmede over schending van het recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de bewijslast bij eiser heeft gelegd en dat het bewijsaanbod terecht is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook is geen schending van het EVRM of goede procesorde vastgesteld.
De Hoge Raad wijst er verder op dat een onderhandse akte waarvan de ondertekening stellig wordt ontkend geen bewijs oplevert zolang niet vaststaat wie heeft ondertekend, en dat eiser niet het originele document heeft overgelegd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van eiser afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de geldleningsovereenkomst.