ECLI:NL:PHR:2012:BY1985
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over draagkracht en verdiencapaciteit bij partneralimentatie na inkomensvermindering man
De zaak betreft een geschil over partneralimentatie na echtscheiding, waarbij de vrouw een hogere alimentatie vordert dan het hof toekent. De rechtbank had vastgesteld dat de vrouw een behoefte had van € 2000 bruto per maand en een verdiencapaciteit van € 1000 bruto, waarbij de man een bijdrage moest leveren vanaf het moment dat de echtelijke woning werd verkocht. De vrouw stelde dat zij door gezondheidsklachten slechts € 500 kon verdienen, maar dit werd door rechtbank en hof niet bewezen geacht.
Het hof oordeelde dat de vrouw haar arbeidsomvang redelijkerwijs kon uitbreiden tot 32 uur per week en dat het niet was komen vast te staan dat dit feitelijk onmogelijk was. De man had zijn baan gewisseld en daardoor een lager bruto inkomen, maar dit was een gerechtvaardigde keuze en de inkomensvermindering was niet voor herstel vatbaar. Het hof hield rekening met het hogere netto-inkomen bij de nieuwe werkgever en de man bleef woonlasten en ziektekostenpremie betalen.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof onterecht haar verdiencapaciteit had vastgesteld en de inkomensvermindering van de man had aanvaard zonder voldoende motivering. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de vrouw haar arbeidsomvang kon uitbreiden en dat de man een gerechtvaardigde keuze had gemaakt bij zijn baanwisseling. Het hof had de inkomensvermindering terecht in aanmerking genomen en de motivering was niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde het oordeel van het hof over de draagkracht van de man en de verdiencapaciteit van de vrouw. De zaak illustreert de toepassing van het draagkrachtbegrip en de toetsing van inkomensvermindering bij partneralimentatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof over de draagkracht van de man en de verdiencapaciteit van de vrouw.