ECLI:NL:PHR:2012:BY2239

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/04524
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 RvArt. 292 lid 5 FwArt. 5 richtlijn 98/5/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken bevoegdheid advocaat

De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem dat een vonnis van de rechtbank bevestigde waarin de toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.

Het cassatieberoep werd ingediend door mr. J.R.A. Röschlau, die niet de bevoegdheid had om als advocaat in cassatie op te treden omdat zijn naam niet op het tableau van cassatieadvocaten stond. De griffie van de Hoge Raad gaf hem de mogelijkheid om dit te herstellen door een verzoekschrift te laten ondertekenen door een bevoegde advocaat, maar deze gelegenheid werd niet benut.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 426a lid 1 Rv en de regelgeving omtrent de bevoegdheid van advocaten in cassatieprocedures. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bevoegde ondertekening.

Conclusie

Zaaknummer: 12/04524
mr. Wuisman
Parketdatum: 19 oktober 2012
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. J.R.A. Röschlau.
1. Voorgeschiedenis.
1.1 Bij vonnis d.d. 16 juli 2012 heeft de Utrecht het verzoek van verzoeker tot cassatie om tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te worden toegelaten afgewezen.
1.2 Bij arrest d.d. 13 september 2012 heeft het gerechtshof te Arnhem het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
1.3 Bij een op 20 september 2012 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van het hof in cassatie gekomen. Gelet op het bepaalde in artikel 292 lid 5 Fw Pro is het cassatieberoep tijdig ingesteld.
2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
2.1 Het verzoekschrift in cassatie is namens verzoeker tot cassatie ingediend door mr. J.R.A. Röschlau, als advocaat kantoorhoudend te Utrecht.
2.2 Om de reden dat mr. Röschlau niet de bevoegdheid heeft om in cassatieprocedures als advocaat op te treden((1)), is hij bij brief van 28 september 2012 van de griffie van de Hoge Raad in de gelegenheid gesteld om te bewerkstelligen dat vóór 4 oktober 2012 alsnog een door een advocaat bij de Hoge Raad ondertekend verzoekschrift tot cassatie wordt ingediend. Deze geboden gelegenheid is niet benut.
2.3 Het vorenstaande betekent dat verzoeker tot cassatie in zijn cassatieberoep niet ontvankelijk dient te worden verklaard.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
1. Een en ander stoelt mede op informatie van de zijde van de Nederlandse Orde van Advocaten omtrent het tableau van advocaten. Hoewel sedert 1 juli 2012 de mogelijkheid daartoe bestaat, is op het tableau bij mr. Röschlau niet de aantekening geplaatst dat hij de bevoegdheid verleend heeft gekregen om als cassatieadvocaat op te treden.