ECLI:NL:PHR:2012:BY2241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van voorwaardelijk ontslag op staande voet en arbeidsovereenkomst met bestuurder
De zaak betreft een geschil over de arbeidsovereenkomst en het ontslag op staande voet van een directrice bij een logeerboerderij beheerd door Stichting Nij Hickaerd. De eiseres trad mondeling in dienst bij de bestuurder van de Stichting per 1 mei 2008, terwijl het schriftelijke contract met de Stichting pas per 1 juni 2008 inging. De Stichting werd opgericht op 27 mei 2008. De eiseres verrichtte al werkzaamheden en ontving loon in mei 2008 van de bestuurder.
Op 23 augustus 2008 werd de eiseres op staande voet ontslagen wegens vermeende werkweigering, diefstal, fraude en het ondernemen van concurrerende activiteiten. Dit ontslag werd voorwaardelijk gegeven met de mogelijkheid tot herstel door inlevering van documenten. Op 31 augustus 2008 bevestigde de Stichting het ontslag definitief.
De eiseres startte een procedure tegen de Stichting en de bestuurder wegens onrechtmatig ontslag en vorderde achterstallig loon en schadevergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding toe. Het hof bevestigde dit oordeel, maar achtte het ontslag op staande voet rechtmatig. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het het ontslag op staande voet rechtmatig acht, omdat de ontslagreden niet onverwijld is meegedeeld zoals vereist volgens art. 7:677 BW Pro.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de arbeidsovereenkomst met de bestuurder vanaf 1 mei 2008 bestond, ondanks het latere schriftelijke contract met de Stichting. Het hof mocht aannemen dat er twee arbeidsovereenkomsten naast elkaar konden bestaan zonder dat dit betekende dat de werkzaamheden dubbel werden verricht of dubbel loon werd betaald. Het niet onverwijld meedelen van de ontslagreden leidt tot vernietiging van het arrest voor zover het het ontslag op staande voet rechtmatig verklaarde.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het het ontslag op staande voet rechtmatig acht vanwege het niet onverwijld meedelen van de ontslagreden.