ECLI:NL:PHR:2012:BY2577
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid goede trouw en nakoming verplichtingen
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), dat is afgewezen. Het hof 's-Gravenhage heeft dit vonnis op 11 september 2012 bekrachtigd, waarbij het oordeelde dat verzoekster niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van bepaalde schulden. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat zij haar verplichtingen uit de schuldsanering naar behoren zou nakomen en zich zou inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Verzoekster is met een tijdig ingediend verzoekschrift in cassatie gekomen tegen het arrest van het hof. De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat in het verzoekschrift niet duidelijk is geklaagd over het oordeel dat verzoekster haar verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Dit oordeel kan het arrest van het hof volledig dragen, waardoor het cassatieberoep niet kan slagen.
De Hoge Raad heeft vervolgens het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende klacht over het oordeel dat verzoekster haar schuldsaneringsverplichtingen niet zal nakomen.