ECLI:NL:PHR:2012:BY2641
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering zorgovereenkomst wegens niet-naleving governance code en toelatingseisen
CZ Zorgkantoor weigerde zorgaanbieder Stichting Roshni een zorgovereenkomst voor 2011 omdat zij niet voldeed aan de inschrijvingsvereisten, waaronder het ontbreken van een Raad van Toezicht zoals geëist door de governance code en het Uitvoeringsbesluit WTZi. Roshni startte een kort geding en vorderde dat CZ haar afwijzingsbeslissing introk en alsnog een overeenkomst zou sluiten.
De voorzieningenrechter en het hof wezen de vorderingen af. Het hof weigerde tevens tardief overgelegde stukken van Roshni toe te laten, omdat deze niet tijdig waren ingediend en de wederpartij daardoor niet adequaat kon reageren. Roshni bracht haar statuten niet in het geding, waardoor niet kon worden vastgesteld dat zij voldeed aan de transparantie- en toezichtseisen.
In cassatie klaagde Roshni over de weigering van de late stukken en de uitleg van het hof over de governance code. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de stukken niet toeliet, gelet op het beginsel van hoor en wederhoor en de omvang van de stukken. Ook was de uitleg van het hof over de eis dat uit de statuten moet blijken dat een onafhankelijk toezichthoudend orgaan is ingesteld, niet onbegrijpelijk en niet toetsbaar in cassatie.
De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep en gaf toepassing van art. 81 RO Pro in overweging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de weigering van CZ om een zorgovereenkomst met Roshni aan te gaan.