ECLI:NL:PHR:2012:BY2694
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij levering bouwterrein met bewerkingen en voorzieningen
De zaak betreft een geschil tussen de Staatssecretaris van Financiën en X B.V. over de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de levering van percelen grond die bestemd zijn voor de bouw van een glastuinbouwbedrijf. De belanghebbende kocht percelen van drie verschillende verkopers, waarvan twee percelen bouwrijp waren gemaakt door sloop en egalisatie, terwijl de derde als landbouwgrond werd geleverd.
De Rechtbank oordeelde dat de percelen als afzonderlijke onroerende zaken moesten worden beschouwd en dat slechts een deel van de percelen bouwterrein vormde, waardoor naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd. Het Hof stelde de belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat er sprake was van één bouwterrein, mede gelet op voorzieningen in de omgeving zoals het dempen van sloten en greppels.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat het Hof onjuist had geoordeeld over de betekenis van voorzieningen en bewerkingen en dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing was. De Hoge Raad besprak uitgebreid de Europese en nationale regelgeving en jurisprudentie omtrent het begrip bouwterrein, de verhouding tussen omzetbelasting en overdrachtsbelasting, en de interpretatie van het begrip in het licht van de Zesde BTW-Richtlijn en het arrest Don Bosco.
De Hoge Raad benadrukte dat het begrip bouwterrein EU-rechtconform moet worden geïnterpreteerd, waarbij niet alleen objectieve omstandigheden maar ook de wilsverklaring van partijen, ondersteund door objectieve gegevens, van belang zijn. De zaak werd niet definitief beslist maar verwezen voor nadere beoordeling, met de mogelijkheid tot aanhouding in afwachting van prejudiciële antwoorden van het Hof van Justitie van de EU.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar het Hof voor verdere beoordeling.