ECLI:NL:PHR:2012:BY2818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing over onrechtmatige inbeslagname en verwijst terug voor nieuwe beoordeling
In deze zaak stond de onrechtmatigheid van de inbeslagname van een geldbedrag centraal, nadat de rechter-commissaris de aanhouding van klager als onrechtmatig had beoordeeld. De rechtbank had daarop het beklag gegrond verklaard en het beslag op het geldbedrag opgeheven.
De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank in de beklagprocedure niet vooruit had mogen lopen op het oordeel in de hoofdzaak over de verbeurdverklaring van het geldbedrag, omdat dit een afweging betreft die pas in het strafproces kan plaatsvinden volgens art. 359a Sv.
De Hoge Raad benadrukte dat onrechtmatigheid van inbeslagneming niet automatisch betekent dat teruggave moet volgen, vooral als niet vaststaat dat de strafrechter later niet tot verbeurdverklaring zal overgaan. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd of het gebrek in het voorbereidend onderzoek hersteld kon worden. Daarom werd de beschikking vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling door het gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het beklag over de inbeslagname.