ECLI:NL:PHR:2012:BY3118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Rijkswet op het Nederlanderschap
Verzoeksters hebben bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek ingediend tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank heeft dit verzoek bij beschikking van 7 juni 2012 afgewezen. Verzoeksters zijn hiertegen in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.
In cassatie is onbetwist dat verzoekster 1 op basis van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname op 25 november 1975 de Surinaamse nationaliteit heeft verkregen en daardoor de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. Het verkrijgen van een Nederlands paspoort wordt niet als een wijze van verkrijging van het Nederlanderschap erkend.
De klachten van verzoeksters zijn klaarblijkelijk niet ontvankelijk en kunnen niet tot cassatie leiden. Klachten over besluiten van de gemeente Rotterdam zijn niet ontvankelijk in cassatie en de rechtbank heeft haar beschikking niet op deze besluiten gebaseerd. Ook het verweer dat geen optieverklaring hoefde te worden afgelegd indien de moeder van verzoekster 1 de Nederlandse nationaliteit bezat, faalt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat verzoeksters niet op grond van een optieverklaring de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen.