1 Inspecteur van de Belastingdienst/P.
2 Zie onderdeel 2.1 van deze conclusie.
3 De in deze conclusie vermelde citaten uit jurisprudentie en literatuur zijn veelal zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen. Citaten uit de processtukken waarin een tekstbewerking voorkomt, zoals onderstrepingen, vet- of cursiefzettingen, zijn veelal als onbewerkt weergegeven.
4 Rechtbank te 's-Gravenhage, 27 april 2009, nr. AWB 07/390, LJN BJ4930.
5 Zie de brief van de Inspecteur aan de Rechtbank van 3 september 2008, bijlage 4: Akte van scheiding en deling d.d. 13 april 1981 (noot toegevoegd, RIJ).
6 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 7: Kopie van het Zaaksproces-verbaal, onder 1.4.1. (noot toegevoegd, RIJ).
7 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 7: Kopie van het Zaaksproces-verbaal, onder 1.1 (noot toegevoegd, RIJ).
8 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 2: Kopie van de brief van de Belastingdienst van 15 december 2005; aankondiging navordering (noot toegevoegd, RIJ).
9 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 8: Kopie van het proces-verbaal van ambtshandeling AH-69; woonplaats van belanghebbende (noot toegevoegd, RIJ).
10 Zie de brief van de Inspecteur aan de Rechtbank met als onderwerp conclusie van dupliek van 25 oktober 2007, bijlagen 6.1 tot en met 6.22 (noot toegevoegd, RIJ).
11 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 7: Kopie van het Zaaksproces-verbaal (noot toegevoegd, RIJ).
12 Zie het beroepschrift van belanghebbende bij de Rechtbank van 12 januari 2007 (noot toegevoegd, RIJ).
13 Zie de brief van belanghebbendes aan de Rechtbank van 6 juni 2007.
14 In de uitspraak van de Rechtbank zijn namen van betrokkenenen geanonimiseerd weergegeven.
15 Want binnen de acht weken termijn van artikel 29b, lid 1, AWR (in de schriftelijke toelichting van belanghebbende is in onderdeel 1.2 ten onrechte een termijn van vier weken genoemd).
16 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
17 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
18 Zie het verweerschrift in cassatie van de Staatssecretaris van 26 januari 2012.
19 Zie de schriftelijke toelichting van belanghebbende van 23 maart 2012 (Pleitnotities inzake: X).
20 Hoge Raad 25 april 2008, nr. 43.448, LJN BA3823, BNB 2008/161 met noot Albert.
21 Wet van 16 december 1993 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene Wet Bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten, alsmede intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie), Stb. 1993, 650.
22 Kamerstukken II 1991-92, 22 495, nr. 3 (MvT), blz. 128.
23 Een vergelijkbare bepaling voor de fase van het administratieve beroep is opgenomen in art. 7:18, tweede lid, Awb.
24 Kamerstukken II 1988-89, 21 221, nr. 3 (MvT), blz. 149.
25 Kamerstukken II 1990-91, 21 221, nr. 5 (MvA), blz. 97. Het standpunt wordt herhaald op blz. 98.
26 MvT Awb II, blz. 417.
27 MvT Awb II, blz. 419.
28 Hoge Raad 1 april 2005, nr. 39 803, LJN AT3027, BNB 2005/177 met noot Van Leijenhorst. Zie in dezelfde zin Hoge Raad 10 juni 2005, nr. 39 970, LJN AT7218, BNB 2005/292.
29 Hoge Raad 25 april 2008, nr. 43 448, LJN BA3823, BNB 2008/161 met noot Albert.
30 Gerechtshof te 's-Hertogenbosch 22 september 2005, nr. 03/1592, LJN AU3687, V-N 2005/51.1.
31 Gerechtshof te 's-Hertogenbosch 22 maart 2006, nr. 04/2783, LJN AY4179, V-N 2006/57.7.
32 Centrale Raad van Beroep 14 mei 1996, nrs. AAW/WAO 94/230 en 95/8587 AAW/WAO, LJN ZB6163.
33 Raad van State 9 oktober 1997, nr. H01.95.0417, LJN ZF2965, JB 1997/270.
34 Centrale Raad van Beroep 30 juli 1999, nrs. 97/1770 AAW/WAO; 97/1771 AAW/WAO; 97/1772 AAW/WAO, LJN ZB8386, RSV 1999/286. Zie in dezelfde zin Centrale Raad van Beroep 16 januari 2001, nr. 99/4815 NABW, LJN AJ9739, AB 2001/104 met noot Bröring.
35 Centrale Raad van Beroep 17 december 2002, nrs. 00/2559 NABW, 00/2590 NABW, LJN AF8735.
36 Centrale Raad van Beroep 25 september 2008, nr. 06/5623 AW en 06/5624 AW, LJN BF4652.
37 Hoge Raad 8 april 2005, nr. 40 052, LJN AT3409, BNB 2005/185 met noot Van Leijenhorst.
38 Hoge Raad 25 april 2008, nr. 43 448, LJN BA3823, BNB 2008/161 met noot Albert.
39 Hoge Raad 8 april 2005, nr. 40 052, BNB 2005/185, met noot Van Leijenhorst.
40 Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2006, nr. 04/02783, V-N 2006/57.7.
41 Zie onder meer HR 1 juni 1977, nr. 18 156, BNB 1978/39, met noot Scheltens, HR 8 juli 1980, nr. 19 933, BNB 1980/240, HR 13 mei 1981, nr. 20 420, BNB 1981/227, met noot Hofstra en HR 8 november 2000, nr. 35 581, BNB 2001/21.
42 Zie onderdeel 4.6, 4.7, 4.12, 4.14 en 4.20.
43 Zie 4.12, r.o. 4.9.1.
44 Zie 4.10.
45 Zie 4.10.
46 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
47 Zie onder meer de Motivering van het hoger beroepschrift van belanghebbendes van 2 juli 2009, onderdeel 3.4.
48 Zie de brief van belanghebbendes aan de Rechtbank van 6 juni 2007.
49 Zie de Uitspraak op bezwaar met dagtekening 28 april 2007.
50 Zie het verweerschrift van de Inspecteur aan de Rechtbank van 10 september 2007, bijlage 8: Kopie van het proces-verbaal van ambtshandeling 002; woonplaats van belanghebbende (noot toegevoegd, RIJ).
51 Zie 4.10, 4.12-4.17.
52 Zie 4.26; zie 4.17.
53 Zie r.o. 7.1.2 van de Hofuitspraak en in onderdeel 4.3 van deze conclusie het verweerschrift in cassatie.
54 Zie 4.11 en 4.13.
55 Zie Hofuitspraak r.o. 7.1.2.
56 Zonder vooruit te willen lopen op de uitkomst van een eventuele verwijzingsprocedure merk ik op dat het Hof, afgezien van de inhoud van de agenda's, in r.o. 7.2.3 een groot aantal overige feiten en omstandigheden heeft vastgesteld op grond waarvan is geoordeeld dat belanghebbende in Nederland woonde. Vgl. hierna onderdeel 5.24 van deze conclusie.
57 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
58 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
59 Zie de schriftelijke toelichting van belanghebbende van 23 maart 2012 (Pleitnotities inzake: X).
60 MvT Awb II, blz. 458.
61 Kamerstukken II, 1997/98, 25175, nr. 5, blz. 17-18.
62 Hoge Raad 21 juli 1987, nr. 24 791, LJN AW7615, BNB 1987/278.
63 Hoge Raad 4 januari 1989, nr. 25 921, LJN ZC3964, BNB 1989/60.
64 Hoge Raad 25 augustus 1993, nr. 28 487, LJN ZC5418, BNB 1993/301.
65 Hoge Raad 24 maart 1999, nr. 34 295, LJN AA2719, BNB 1999/218.
66 Hoge Raad 23 april 2004, nr. 38 780, LJN AO8218, BNB 2004/229.
67 Hoge Raad 28 mei 2004, nr. 39 269, LJN AP0229, BNB 2004/250, V-N 2004/42.7 met noot Redactie.
68 Zie Hoge Raad 6 juli 1994, nr. 29 628, LJN ZC5708, V-N 1994, 2914 met noot Redactie: '3.6 Bij het voorgaande verdient nog opmerking dat, nu het fiscale geding slechts één instantie kent waarin de rechter over de feiten oordeelt en in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, hierna: de Wet, niet is voorzien in de mogelijkheid van een tussenuitspraak waarin een bewijsopdracht kan worden gegeven, als uitgangspunt heeft te gelden dat een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs niet spoedig mag worden gepasseerd. (...)' (noot toegevoegd, RIJ)
69 Hoge Raad 9 juli 2004, nr. C03/079HR, LJN AO7817, NJ 2005, 270 met noot W.D.H. Asser.
70 Centrale Raad van Beroep 31 oktober 2006, nr. 06/496WWB, LJN AZ1824, AB 2007/74 met noot Bröring.
71 Zie 5.5, 5.6. Vgl. 5.8 en 5.14.
72 Zie 5.9.
73 Conclusie van repliek bij het Hof van 2 februari 2010, onderdeel 7.1.
74 Zie 5.4, 5.7, 5.9, 5.10, 5.11, 5.14, 5.15 en 5.16.
75 Zie overigens hierna onderdeel 7.12.
76 Zie 5.9, 5.11 en 5.16.
77 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
78 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
79 Zie de schriftelijke toelichting van belanghebbende van 23 maart 2012 (Pleitnotities inzake: X).
80 Kamerstukken II, 1984/85, 18747 (R 1271), nrs. 1-3, blz. 2 en 10.
81 Zie verder de meerdere jurisprudentie en literatuur omtrent het duurzaam tehuis de conclusies van 15 december 2005 bij HR 2 juni 2006, nr. 41 390, LJN AV1223; HR 2 juni 2006, nr. 41 391, LJN AV1225; HR 2 juni 2006, nr. 41 392, BNB 2006/337, na conclusie Overgaauw, met noot IJzerman; HR 2 juni 2006, nr. 41 393, n.g.; HR 2 juni 2006, nr. 41 394, BNB 2006/338, na conclusie Niessen, met noot IJzerman; HR 2 juni 2006, nr. 41 395, LJN AV1285; HR 2 juni 2006, nr. 41 396, LJN AV1301; HR 2 juni 2006, nr. 41 551, LJN AV1315; HR 2 juni 2006, nr. 41 552, LJN AV1333; HR 2 juni 2006, nr. 41 553, n.g.; en HR 2 juni 2006, nr. 41 554, LJN AV1342.
82 Hoge Raad 3 oktober 2003, nr. 37 513, LJN AL6962, BNB 2004/264 met noot Van Weeghel, FED 2003/649 met noot Peters.
83 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
84 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011, onderdeel 3.4 (Middelen en conclusie inzake X).
85 Zie 6.5. Zie in vergelijkbare zin 6.6, 6.7 en 6.8.
86 Vgl. 6.5, 6.6 en 6.8.
87 Zie 6.7, 6.9 en 6.10.
88 Zie 6.10.
89 Zie 6.11. Anders dan belanghebbende heeft gesteld; zie 6.2.
90 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
91 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
92 Zie het verweerschrift in cassatie van de Staatssecretaris van 26 januari 2012.
93 In de huidige Wet IB 2001 is deze categorie teruggekomen, in afdeling 3.4, als 'belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden'.
94 Hoge Raad 23 februari 1977, nr. 18 212, LJN AX3296, BNB 1977/77.
95 Hoge Raad 29 september 1999, nr. 34 533, LJN AA2902, BNB 2000/341 met noot Rijkers. Zie Fiscale Encyclopedie de Vakstudie Wet IB 1964, artikel 33, aantekening 176 en recent de uitspraak van de rechtbank te Breda, nr. 10/946, LJN BV9140, V-N 2012/25.24.11.
96 Belanghebbende voor 84%, zijn kinderen tezamen voor 16%; zie 2.1, ad r.o. 2.2. Tot 1 januari 2000 was belanghebbende ook directeur van J N.V., per die datum opgevolgd door DD; zie de notulen van de aandeelhoudersvergadering, gehouden te R, Nederland, op 1 oktober 1999 (bijlage 3.2 bij conclusie van dupliek bij de Rechtbank). Uit bijlage 1 van de motivering van het beroep bij de Rechtbank blijkt dat DD was verbonden aan JJ, Belastingadviseurs, Curaçao.
97 Zie 7.2 ad 4.1. Vgl. Hoge Raad 27 juni 1973, nr. 17 146, LJN AX4640, BNB 1973/187: 'dat het voor de toepassing van de belastingwetten aankomt op de werkelijke verhoudingen en niet op de voorstelling, die de daarbij betrokkenen in afwijking van de feiten geven'.
98 Opgemerkt moet worden dat CC tijdens het FIOD-ECD onderzoek twee verklaringen heeft afgelegd over het contact met J N.V.
Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft hij onder meer verklaard: '13. Had u een contract met J? Ja. (...) 19. Met wie maakte u de financiële contractafspraken m.b.t. J? Daar was X, de woordvoerder.' (Zie conclusie van repliek bij het hof van 2 februari 2010 - bijlage 5: Proces-verbaal van getuigenverhoor op 16 mei 2008 in de strafzaak tegen de verdachte: L, RC-nummer: 05/3479.)
Tegenover verbalisanten heeft hij onder meer verklaard: 'X heeft bemiddeld bij de verkrijging van de projecten. Ik zie hem dan ook gewoon als een makelaar die ik voor zijn bemiddeling heb moeten betalen. (...) Ik had dus ook een fee met X afgesproken. (...) Ik heb met X een bepaalde prijs afgesproken en die heb ik betaald. De omschrijvingen op de facturen komen niet overeen met wat werkelijk is afgesproken. Ik heb de tekst ook verder aan X overgelaten. Ik zag ook staan dat er bijvoorbeeld reis- en verblijfkosten op de factuur staan. Dit klopt niet. Ik weet ook niet waarom dat op die manier op de factuur moest staan. De bedragen komen in ieder geval overeen met wat ik met X had afgesproken.' (Zie de pleitnota van de Inspecteur bij het Hof van 13 oktober 2010 - bijlage 2: Proces-verbaal verhoor CC, Codenummer V-05-04, datum: 25 januari 2006, blz. 2.)
Ten aanzien van deze getuigenissen heeft het Hof in r.o. 7.5.4 overwogen: 'Naar 's Hofs oordeel geeft laatstvermelde verklaring de waarheid weer. CC deed zaken met belanghebbende in persoon en het interesseerde hem niet of belanghebbende op de factuur een andere (rechts)persoon als contractant vermeldde.'
99 Het gaat kennelijk om de verdeling van opbrengsten van transacties tussen betrokken participanten.
100 Zie De brief van 3 september 2008 van de Inspecteur aan de Rechtbank met enkele stukken welke naar mening van belanghebbende in het dossier ontbraken - Bijlage 6 (Advies activiteiten en de partners in 2000)
101 Zie 7.6.
102 Zie 7.5 en 7.7.
103 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
104 Zie het beroepschrift in cassatie van belanghebbende van 5 december 2011 (Middelen en conclusie inzake X).
105 Zie de schriftelijke toelichting van belanghebbende van 23 maart 2012 (Pleitnotities inzake: X).
106 Hoge Raad 10 juni 2011 met conclusie A-G Wattel, nrs. 09/02639, 09/05112 en 09/05113, LJN BO5046, LJN BO5080 en BO5087, BNB 2011/232-4 met noot Van Amersfoort.
107 Hoge Raad, 22 april 2005, 37 984, LJN AO9006, BNB 2005/337 met noot M.W.C. Feteris, FED 2005/110 met noot O.C.R. Marres, AB 2006/11 met noot A.M.L. Jansen, NTFR 2005/591 met noot Van de Merwe.
108 Hoge Raad 10 juni 2011 met conclusie A-G Wattel, nrs. 09/02639, 09/05112 en 09/05113, LJN BO5046, LJN BO5080 en BO5087, BNB 2011/232-4 met noot Van Amersfoort.
109 T.a.p., r.o. 3.3.1.
110 Zie Hoge Raad, 22 april 2005, 37 984, LJN AO9006, BNB 2005/337 met noot M.W.C. Feteris, FED 2005/110 met noot O.C.R. Marres, AB 2006/11 met noot A.M.L. Jansen, NTFR 2005/591 met noot Van de Merwe.
111 Zie Hoge Raad, 22 april 2005, 37 984, LJN AO9006, BNB 2005/337 met noot M.W.C. Feteris, FED 2005/110 met noot O.C.R. Marres, AB 2006/11 met noot A.M.L. Jansen, NTFR 2005/591 met noot Van de Merwe.
112 Zie Hoge Raad 18 december 1991, nr. 27 727 LJN ZC4852, BNB 1992/82, WFR 1992/88, V-N 1992/833 met noot Redactie en Hoge Raad, 18 november 1992, nr. 28 148, LJN ZC5166, BNB 1993/40 met noot Wattel, V-N 1992/3722 met noot Redactie.
113 Zie 8.5 en 8.6.
114 Zie 8.7.
115 Zie Hoge Raad 10 juni 2011 met conclusie A-G Wattel, nr. 09/02639, LJN BO5046, BNB 2011/232 met noot Van Amersfoort.