ECLI:NL:PHR:2012:BY4629
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigening ondanks beroep op zelfrealisatie en onderhandelingsplicht
In deze zaak gaat het om de vervroegde onteigening van een perceel in het kader van het bestemmingsplan 'Leidsche Rijn Park' door de gemeente Utrecht. Eisers betwistten de onteigening en de hoogte van de schadeloosstelling en voerden onder meer aan dat de gemeente niet aan de onderhandelingsplicht van artikel 17 Onteigeningswet Pro had voldaan en dat zij zelf bereid en in staat waren het bestemmingsplan te realiseren (zelfrealisatie).
De rechtbank had de vervroegde onteigening ten algemenen nutte uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld. Het beroep op niet-serieuze onderhandelingen werd verworpen omdat de gemeente een finaal bod had gedaan en eerdere pogingen tot minnelijke verwerving waren aangetoond. Ook het beroep op zelfrealisatie werd afgewezen omdat dit niet tijdig en concreet genoeg was ingebracht in de bestuursprocedure voorafgaand aan het onteigeningsgeding.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de rechter bij het toetsen van de onderhandelingsplicht mede mag afgaan op de periode voorafgaand aan het definitief worden van het onteigeningsbesluit. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat de onteigeningsrechter niet zelfstandig de noodzaak van onteigening mag toetsen aan nieuwe feiten die na het onteigeningsbesluit zijn ontstaan. De klachten over de interpretatie van het bestemmingsplan en de concrete bestemming van het perceel worden eveneens verworpen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening blijft in stand.