ECLI:NL:PHR:2012:BY4669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige betaling griffierecht in cassatie
In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam over de verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap, met name het pensioen. Het griffierecht was niet binnen de wettelijke termijn betaald; de betaling vond vijf dagen te laat plaats. Verzoeker werd daarom op grond van wettelijke bepalingen niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker deed een beroep op de hardheidsclausule omdat de griffierechtnota pas laat werd ontvangen en betaling zonder nota niet mogelijk zou zijn geweest. Ook werd een beroep gedaan op het recht op toegang tot de rechter uit art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van overschrijding. Het argument dat betaling zonder nota niet mogelijk was, werd verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid zwaar is omdat het de toegang tot de rechter definitief afsluit, maar dat dit in dit geval gerechtvaardigd is. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat verzoeker onvoldoende feiten heeft gesteld die onbillijkheid van overwegende aard aantonen. De conclusie is dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.