ECLI:NL:PHR:2012:BY4670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis bij stoornis geestvermogens en gevaar
Betrokkene, geboren in 1944, werd op grond van een voorlopige machtiging opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een psychotische stoornis met wanen. De rechtbank stelde vast dat betrokkene door haar stoornis gevaar veroorzaakt, dat niet buiten het ziekenhuis kan worden afgewend. Betrokkene weigerde een noodzakelijke heupoperatie uit angst voor metalen splinters, een angst die deels op realiteit is gebaseerd maar ontdaan is van realiteitszin.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een geneeskundige verklaring en nadere toelichting van psychiaters, waarbij ook eerdere gedragingen, zoals het laten trekken van haar gebit vanwege wanen, werden meegewogen. Betrokkene stelde in cassatie dat er geen sprake was van een stoornis en dat het gevaar onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht uitging van de deskundige verklaring en dat de stoornis als bedoeld in de Wet Bopz aanwezig is. De klachten over onvoldoende motivering en onduidelijkheid over het gevaar faalden, mede omdat betrokkene zelf verklaarde het ziekenhuis te willen verlaten. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname in het psychiatrisch ziekenhuis blijft in stand.