ECLI:NL:PHR:2012:BY4835
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuld bij verkeersongeval ondanks betoog tijdelijk bewustzijnsverlies
Op 2 mei 2009 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval op de N34 te Odoorn waarbij twee inzittenden van een tegenliggende auto om het leven kwamen. Verdachte week met zijn auto, een Audi, af van zijn rijstrook en reed op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, wat leidde tot een frontale botsing.
Verdachte verklaarde zich niets te herinneren van het ongeval en voerde aan dat mogelijk sprake was van tijdelijk bewustzijnsverlies, mede gezien een flauwvallen een week na het ongeval. Het hof oordeelde echter dat dit bewustzijnsverlies niet aannemelijk was, omdat er geen medische verklaringen of andere aanwijzingen waren die dit ondersteunden. Het hof achtte de gedragingen van verdachte aanmerkelijk onoplettend en wees het verweer af.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie dat schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 verwijtbaarheid impliceert en dat een black-out slechts disculperend kan zijn indien deze onvoorzien en niet aan verdachte toe te rekenen is. De enkele mogelijkheid van tijdelijk bewustzijnsverlies is onvoldoende om schuld uit te sluiten. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor aanmerkelijke onoplettendheid bij het verkeersongeval blijft in stand.