ECLI:NL:PHR:2012:BY6949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag ondanks grensoverschrijdend gedrag
De zaak betreft een werknemer die sinds 1989 bij Interpolis werkte en in 2005 op staande voet werd ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksuele intimidatie. Na een uitgebreid onderzoek door een extern bureau werd het ontslag gegeven. De werknemer stelde dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk was en vorderde vergoeding.
De kantonrechter verklaarde het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk en veroordeelde Interpolis tot betaling van een vergoeding. Interpolis ging in hoger beroep, waarbij het hof het ontslag onregelmatig achtte maar de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag afwees. Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende concreet bewijs had aangeboden om de kennelijke onredelijkheid aan te tonen en dat de getuigenverklaringen een patroon van grensoverschrijdend gedrag bevestigden.
De werknemer stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast voor de kennelijke onredelijkheid bij de werknemer ligt en dat het bewijsaanbod onvoldoende specifiek was. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het bewijs van het grensoverschrijdend gedrag als voldoende aannemelijk beschouwde en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het ontslag is onregelmatig maar niet kennelijk onredelijk.