ECLI:NL:PHR:2013:101

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
22 juli 2013
Zaaknummer
12/03124
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing arrest wegens onjuiste uitleg wijziging wetgeving in strafrecht

Het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde verdachte wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig conform de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het hof baseerde zijn oordeel mede op een vermeende 'verandering in wetgeving' zoals bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr, waarbij het een beleidswijziging van het Openbaar Ministerie en een richtlijn inzake sanctierecht als zodanig beschouwde.

De Advocaat-Generaal stelde cassatie in en voerde aan dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door beleidsregels en richtlijnen als wetgevingswijzigingen te kwalificeren. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat beleidswijzigingen van het OM en richtlijnen niet als veranderingen in wetgeving in de zin van art. 1.2 Sr kunnen worden beschouwd.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen en beperkte de vernietiging tot de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening binnen het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 12/03124
Zitting: 14 mei 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest 3 februari 2012 verdachte wegens “als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden” veroordeeld tot een geldboete van € 380,-, subsidiair 7 dagen hechtenis, waarvan € 180,-, subsidiair 3 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
2. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Hof, mr. L.Ph. den Hollander heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, eveneens plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Hof, heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het
middelklaagt dat het oordeel van het Hof dat sprake is van verandering in wetgeving in de zin van art. 1, tweede lid, Sr, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
4. Gelet op HR 5 maart 2013, LJN BZ3257 slaagt het middel. Een verandering in beleidsregels van het Openbaar Ministerie inzake het transactie- en strafvorderingsbeleid kan immers niet worden verstaan als “verandering in wetgeving” zoals bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr, terwijl een wetswijziging waarbij in algemene zin naast strafrechtelijke afdoening óók – kort gezegd – een bestuursrechtelijke afdoening mogelijk wordt niet kan worden aangemerkt als een verandering in regels van sanctierecht.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden teneinde de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG