Conclusie
middelklaagt dat het oordeel van het Hof dat sprake is van verandering in wetgeving in de zin van art. 1, tweede lid, Sr, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde verdachte wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig conform de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het hof baseerde zijn oordeel mede op een vermeende 'verandering in wetgeving' zoals bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr, waarbij het een beleidswijziging van het Openbaar Ministerie en een richtlijn inzake sanctierecht als zodanig beschouwde.
De Advocaat-Generaal stelde cassatie in en voerde aan dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door beleidsregels en richtlijnen als wetgevingswijzigingen te kwalificeren. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat beleidswijzigingen van het OM en richtlijnen niet als veranderingen in wetgeving in de zin van art. 1.2 Sr kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen en beperkte de vernietiging tot de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening binnen het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.