Conclusie
middeldat het hof in zijn oordeel voorbij is gegaan aan het bewijsaanbod van [eiseres] in appel voor zover luidende (memorie van antwoord sub 77):
“(…) [eiseres] biedt ook nadrukkelijk aan de bruikleenovereenkomst te bewijzen alsmede dat [eiseres] voorheen een vennootschap onder firma was en is omgezet in een besloten vennootschap zoals in deze memorie toegelicht. Dit ook door getuigenbewijs, waaronder de getuigen voornoemd, alsmede het in het geding brengen van de oprichtingsakte.”
conclusiestrekt tot verwerping van het beroep.