Conclusie
1.Feiten en procesverloop
( [2] )De Curator vordert – samengevat –een veroordeling van [verweerder] primair tot betaling van een bedrag gelijk aan de tekorten in de faillissementen van VIH, Verify Nederland en Verify Europe – tot aan de datum van dagvaarding begroot op € 16.554.185,09 – en subsidiair tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat. Voor zover in cassatie nog van belang, stelt de Curator daartoe dat er bij de drie vennootschappen door [verweerder] kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW Pro is gevoerd. In verband hiermee voert de Curator onder meer aan dat de jaarstukken 2003 van VIH, Verify Nederland en Verify Europe niet vóór of op de uiterste datum van 1 februari 2005 maar, voor wat de eerste twee vennootschappen betreft, op 10 februari 2005 en, voor wat de laatste vennootschap betreft, op 3 augustus 2005 zijn gepubliceerd (dus 10 dagen, respectievelijk 6 maanden te laat).
( [3] )
2.Bespreking van het cassatiemiddel
( [5] )Achter deze strenge regeling steekt de overweging dat crediteuren van de vennootschap belang hebben bij de naleving van onder meer artikel 2:394 BW Pro
( [6] ), alsook het oogmerk om de bewijspositie van de curator te versterken.
( [7] )
“Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.”Het niet in aanmerking nemen van een onbelangrijk verzuim is te verstaan als dat er in dat geval geen sprake is van onbehoorlijke taakververvulling van het bestuur wegens niet nakoming van de verplichtingen uit onder meer artikel 2:394 BW Pro. De slotzin is tijdens de parlementaire behandeling van artikel 2:248 BW Pro alsnog aan lid 2 toegevoegd ter verzachting van de strenge regeling in de eerste volzin.
( [8] )
( [9] )Kan een korte termijnoverschrijding als zodanig al een onbelangrijk verzuim opleveren? Zo ja, hoe kort dient de termijnoverschrijding te zijn om reeds op die grond als een onbelangrijk verzuim te kunnen worden opgevat? Zo neen, kunnen bijkomende omstandigheden een termijnoverschrijding alsnog een onbelangrijk verzuim doen zijn? Zo ja, aan omstandigheden van welke aard moet dan worden gedacht?
( [10] )overweegt de Hoge Raad met betrekking tot een geval van een termijnoverschrijding van 17 dagen onder meer:
“Voorop moet worden gesteld dat – anders dan in het geval, berecht in HR 11 juni 1993, NJ 1993, 173 – hier slechts de termijn van art. 394 lid 3 aan Pro de orde is en dat hier in cassatie niet gesproken kan worden van een termijnoverschrijding met “slechts enkele dagen”. Of een overschrijding van beperkte duur als hier wèl aan de orde is, als een onbelangrijk verzuim in voormelde zin kan gelden, hangt af van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder van de redenen die tot de termijnoverschrijding hebben geleid, waarbij opmerking verdient dat aan deze omstandigheden hogere eisen moeten worden gesteld naar mate de termijnoverschrijding langer is. Stelplicht en bewijslast te dier zake rusten op de aangesproken bestuurder. Het hof heeft vastgesteld dat door Pfennings niet een redelijke verklaring voor het verzuim is gegeven, terwijl het hof kennelijk ook overigens in de stukken geen beroep op de omstandigheden van het geval heeft gelezen. Daarvan uitgaande heeft het hof terecht geoordeeld dat het enkele feit dat de termijnoverschrijding niet meer dan 17 dagen heeft bedragen, nog niet meebrengt dat dit verzuim wegens zijn onbelangrijkheid bij de toepassing van artikel 248 lid Pro 2, eerste en tweede volzin, niet in aanmerking mag worden genomen, (…).”
( [11] )-, was met betrekking tot twee boekjaren sprake van overschrijding van de 13 maanden periode met 11 respectievelijk 12 dagen. Het hof merkt beide overschrijdingen aan als een onbelangrijk verzuim.
( [12] )De Hoge Raad overweegt dienaangaande in rov. 3.3.:
“De klachten komen – terecht – niet op tegen het in de tweede zin van ’s hofs r.o. 4.5 besloten liggend oordeel dat, indien wordt aangenomen dat op de voet van artikel 2:210 lid 1 een Pro besluit tot verlenging van de termijn voor het opmaken van de jaarrekening met zes maanden is genomen, sprake is van een onbelangrijk verzuim in de zin van art. 2:248 lid 2 laatste Pro zin, aangezien de jaarrekeningen dan “slechts enkele dagen te laat gedeponeerd” zijn.”Deze overweging laat de conclusie toe dat een overschrijding van 12 dagen als zodanig als een onbelangrijk verzuim is op te vatten.
( [13] )Geldt dat ook voor een overschrijding van de termijn met 13 tot 16 dagen? Daaromtrent is door de Hoge Raad nog geen expliciete uitspraak gedaan. De lagere rechtspraak biedt hier ook geen houvast.
( [14] )Voor de rechtspraktijk is het nuttig hier eenvoudigweg een duidelijke grens te trekken, hoezeer de vaststelling daarvan iets willekeurigs blijft houden. Men kan denken aan 14 dagen zoals A-G mr. Mok suggereert onder 4.3.3 van zijn conclusie voor het arrest Pfennings/mr. Niederer uit 1996. Dat levert ook een mooi compromis tussen het resultaat van 1993 en 1996 op.
( [15] )
( [16] )( [17] )Lid 3 biedt echter de individuele bestuurder de mogelijkheid om onder aansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur uit te komen door bewijs te leveren dat de onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur niet aan hem is te wijten en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Lid 4, tweede volzin, geeft verder de rechter de bevoegdheid om het bedrag van de aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder te verminderen, indien hem het bedrag bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaatsvond. In de parlementaire geschiedenis treft men in verband hiermee de volgende passage aan:
subonderdeel 1.1wordt gesteld dat, hoezeer [verweerder] slechts de eerste drie weken van de totale termijnoverschrijding van zes maanden (indirect) bestuurder van Verify Europe is geweest, in beginsel toch de volle zes maanden in aanmerking dienen te worden genomen bij de beoordeling of er op hem aansprakelijkheid rust uit hoofde van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling, die ingevolge lid 2 van artikel 2:248 BW Pro dient te worden aangenomen omdat de verplichting van tijdige publicatie van de jaarrekening 2003 niet is nageleefd.
( [19] )Dit verweer is, naar het voorkomt, niet doeltreffend. Het feit dat er ook nog een tijdlang sprake is geweest van een overschrijding van de voor publicatie voorgeschreven termijn na het aftreden van [verweerder] als bestuurder, is niet louter een gevolg van een doen en nalaten na dat aftreden. Die voortzetting van de overschrijding is mede toe te schrijven aan het feit dat de publicatie niet heeft plaatsgevonden in de periode dat [verweerder] nog (indirect) bestuurder van Verify Europe was. Zou hij als (indirect) bestuurder nog voor de publicatie zorg hebben gedragen, dan zou van een voortzetting van de overschrijding na zijn vertrek geen sprake zijn geweest.
( [20] )Een goede grond om de termijnoverschrijding van na het aftreden van [verweerder] als (indirect) bestuurder zonder meer niet in aanmerking te nemen ontbreekt dan ook. Wil men de afgetreden bestuurder ter zake van de voortzetting van de termijnoverschrijding na zijn aftreden tegemoet komen, dan lijkt het daarvoor aangewezen middel te zijn het middel van de in lid 4, tweede volzin, voorziene matiging en niet het middel van het in lid 2, slotzin, voorziene onbelangrijk verzuim.
subonderdelen 1.2 en 1.3geen bijzondere bespreking behoeven. De in subonderdeel 1.2 gesuggereerde maatstaf heeft het hof niet gehanteerd. Daardoor missen dit subonderdeel en de daarop voortbouwende motiveringsklacht in subonderdeel 1.3 feitelijke grondslag.
subonderdeel 3.1erover wordt geklaagd dat een onbelangrijk verzuim niet reeds kan worden aangenomen op de enkele grond dat er sprake is van een termijnoverschrijding met tien dagen, gaat de klacht niet op.