Conclusie
eerste middelkomt op tegen de motivering van het Hof betreffende de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het hoger beroep. De motivering van de ontvankelijkheid van het appel van de kant van het openbaar ministerie is onbegrijpelijk en daarbij zijn onder meer niet de vereisten van artikel 416, derde lid, Sv nageleefd.
tweede middelklaagt dat het Hof de als bewijsmiddel 6 gebezigde verklaring van de verdachte zoals hij die blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal op 15 april 2010 tegenover de politie heeft afgelegd heeft gedenatureerd. Dat bewijsmiddel is gebruikt ten behoeve van feit 1 schuldheling. Het gaat er vooral om of wel bewezen kan worden dat verdachte een televisie te Wateringen voor handen heeft gehad.
ook(cursivering PV) had liggen. Uit de vragen en antwoorden in onderling verband kan worden afgeleid dat verdachte die lijst in zijn woning te [woonplaats] had liggen en het Hof kon er vanuit gaan nu er gesproken werd over de goederen afkomstig van een diefstal aan [A] te Rijswijk die in de woning van verdachte te [woonplaats] zijn aangetroffen dat de televisie zich daar eveneens bevond, althans heeft bevonden. De bewezenverklaring (in de periode van 26 december 2009 tot en met 14 april 2010) liet die laatste mogelijkheid uitdrukkelijk open. Het Hof heeft aan de verklaring van de verdachte dan ook geen wezenlijk andere betekenis gegeven, zodat van enige denaturering geen sprake is. Daarmee faalt eveneens de in het middel vervatte klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich te Wateringen schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde.
derde middelklaagt dat het onder 2 bewezenverklaarde ontoereikend is gemotiveerd, omdat sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging.
vierde middelklaagt over de motivering van het onder 4 bewezenverklaarde, nu het Hof ten onrechte heeft overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat in geval van bedrijfsinbraken ruiten gewoonlijk worden ingeslagen met behulp van harde voorwerpen.
vijfde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv Pro geen beslissing heeft genomen ten aanzien van een aantal inbeslaggenomen voorwerpen.