ECLI:NL:PHR:2013:1113
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij te late betaling griffierecht ondanks verwarrende nota
In deze zaak heeft de eiser bij dagvaarding van 1 mei 2013 beroep in cassatie ingesteld. De zaak werd op 17 mei 2013 voor het eerst behandeld door de Hoge Raad. Het griffierecht moest volgens de wet binnen vier weken na de eerste terechtzitting zijn betaald, dus uiterlijk 14 juni 2013. De eiser betaalde het griffierecht echter pas op 17 juni 2013, waardoor het niet tijdig was voldaan.
De advocaat van de eiser stelde dat de nota een schrijffout bevatte, omdat de uiterste betaaldatum op de nota stond vermeld als 21 mei 2013, een datum die al was verstreken bij ontvangst. De advocaat interpreteerde dit als een verzoek tot betaling vóór 21 juni 2013. Dit werd aangevoerd als reden om de hardheidsclausule toe te passen.
De Hoge Raad oordeelde dat de advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van overschrijding daarvan. De verwarring door de nota kan niet leiden tot toepassing van de hardheidsclausule, zeker omdat de advocaat geen navraag heeft gedaan bij de griffie. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.