Conclusie
2.Ontvankelijkheid
FEITEN’, vijf middelen tot cassatie.
en’) [4] . In aanvulling daarop bepaalt art. 288 lid 3 Fw Pro, voor zover van belang, dat het verzoek in afwijking van het
eerste lid onder bkan worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen – de zogenoemde hardheidsclausule.
middel3 klagen over rov. 3.5.3:
middel 4met een klacht over rov. 3.5.4:
lid 1 onder ben
lid 2 onder cFw (respectievelijk het te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gebleven zijn van schulden of een schuld als bedoeld in art. 288 lid 2 onder Pro c Fw) wordt toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.
nietop het toelatingsvereiste van art. 288
lid 1 onder cFW, terwijl in cassatie vaststaat dat daar niet aan wordt voldaan (zie hiervoor onder 2.7). Het al dan niet van toepassing zijn van de hardheidsclausule kan niet tot het resultaat leiden dat desondanks moet worden getoetst of toch kan worden toegelaten, want die clausule ziet op andere toelatingseisen. Ook dit middel kan dus bij gemis aan belang niet tot cassatie kan leiden.