Conclusie
eerste middelkeert zich tegen de bewezenverklaring ter zake van hetgeen de verdachte onder 1, 4, 5 en 6 is tenlastegelegd, en daarmee tegen de beslissing op een verweer dat in de bestreden uitspraak als volgt is samengevat en verworpen:
alledoor de politie aangetroffen wapens en munitie in en rond hun woning voorhanden hadden.
tweede middelklaagt erover dat het onder 5 bewezenverklaarde feit – het tezamen en in vereniging met een ander voorhanden hebben van wapens van categorie, te weten een ploertendoder, twee stiletto’s en drie vlindermessen, ten onrechte heeft gekwalificeerd als hiervoor vermeld, aangezien het verbod op voorhanden hebben van zodanige wapens is opgenomen in art. 13, eerste lid, WWM.