ECLI:NL:PHR:2013:1168

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2013
Publicatiedatum
13 november 2013
Zaaknummer
11/05484
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van hoger beroep wegens onvoldoende onderzoek naar kennisgeving dagvaarding aan raadsman

In deze zaak is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Sv. De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte geen nader onderzoek heeft gedaan naar de naleving van artikel 51 Sv Pro, dat voorschrijft dat de dagvaarding aan de raadsman moet zijn betekend.

Uit het proces-verbaal bleek dat de verdachte niet was verschenen en dat aan de afwezigheid van de raadsman geen aandacht was besteed, ondanks een aantekening op de dagvaarding dat aan de raadsman een afschrift was gestuurd. Het hof baseerde zijn oordeel uitsluitend op deze aantekening zonder te onderzoeken of de raadsman daadwerkelijk op de hoogte was gesteld.

De Hoge Raad benadrukt het belang van het recht op verdediging en stelt dat bij twijfel over de naleving van artikel 51 Sv Pro de rechter zich moet vergewissen van de juiste kennisgeving voordat de zitting wordt voortgezet. Het ontbreken van dit onderzoek leidt tot nietigheid van het onderzoek in hoger beroep.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

Nr. 11/05484
Mr Jörg
Zitting 8 oktober 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 11 november 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam - met toepassing van artikel 416, tweede lid, Sv - niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat twijfel omtrent de naleving van art. 51 Sv Pro ten onrechte niet tot nader onderzoek door het Hof heeft geleid.
4. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de verdachte niet is verschenen. Aan de afwezigheid van de raadsman aan wie, volgens een aan de voet van het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep geplaatste aantekening, op 26-09-2011 afschrift van de dagvaarding is gestuurd, is blijkens dat proces-verbaal geen aandacht besteed.
5. Kennelijk heeft het Hof aan deze aantekening de conclusie verbonden dat de raadsman in kennis is gesteld van dag en uur van de behandeling van de zaak van zijn cliënt. Nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting niet blijkt dat het Hof dit oordeel nog op iets anders heeft gebaseerd dan deze aantekening, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat dit oordeel alleen op die aantekening stoelt.
6. Het belang van het recht op verdediging is zodanig groot dat de onverklaarde afwezigheid van de raadsman, niettegenstaande de vermelde aantekening, noopt tot onderzoek of de raadsman mag worden geacht op de hoogte te zijn van dag en tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt gehouden (vgl. HR 1 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:BC0838; NJ 1997/675 m.nt. JdH).
7. Een goede procesorde brengt voorts mee dat wanneer reden bestaat tot twijfel omtrent het nageleefd zijn van het voorschrift van art. 51 Sv Pro, de rechter, alvorens nadat de zaak is uitgeroepen het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, zich ervan vergewist, dat hetzij voormeld voorschrift is nageleefd, hetzij het geval zich voordoet dat de verdachte geen prijs stelt op zijn verdediging). Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt echter niet dat het Hof een dergelijk onderzoek heeft ingesteld zodat het er in cassatie voor gehouden moet worden dat dit niet is geschied. Nu het Hof de behandeling van de zaak ook niet heeft aangehouden leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek (HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0838).
8. Het middel slaagt.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam ten einde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G