Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen poging zware mishandeling, diefstal door twee of meer verenigde personen, schuldheling en verduistering. De Hoge Raad onderzoekt in cassatie de motivering van de bewezenverklaring omtrent schuldheling en verduistering.
De bewezenverklaring berust op verklaringen van getuigen, processen-verbaal van politieonderzoeken en medische rapporten. Uit het bewijs blijkt dat verdachte betrokken was bij zware mishandeling en dat in zijn woning diverse documenten en goederen werden aangetroffen die als gestolen waren opgegeven.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de goederen afkomstig waren van misdrijf en dat hij zich deze wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hierdoor is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor zover het betrekking heeft op schuldheling en verduistering en de daarbij behorende strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van dit onderdeel, met verwerping van het beroep voor het overige.