Conclusie
1.Voorgeschiedenis
( [1] )Rabo heeft van [verzoeker] betaling onder de borgstelling gevorderd. Betaling bleef uit, volgens [verzoeker] omdat hem de voor betaling benodigde liquide middelen ontbraken. Rabo heeft op 19 september 2012 het faillissement van [verzoeker] aangevraagd. Op de dag waarop deze aanvraag zou worden behandeld, te weten 16 oktober 2012, heeft [verzoeker] heeft het hoger genoemde verzoek van 16 oktober 2012 tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ingediend.
( [2] )Ingevolge artikel 3, lid 2 Fw is de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst geraakt.
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
( [3] )Deze eis is in acht te nemen door ieder die bevoegd is een verklaring als bedoeld in artikel 285 lid Pro 1, sub f Fw op te stellen.
( [4] )bepaald wenselijk zijn geweest, indien de beweerde onmogelijkheden zouden zijn onderbouwd met een verklaring van één of meer onafhankelijke deskundigen. Het hof brengt dit in rov. 3.7.7 niet ten onrechte naar voren.