ECLI:NL:PHR:2013:1213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatie tegen beslag en verbeurdverklaring geldbedrag
De Rechtbank te Rotterdam heeft het beklag van klager ex art. 552a lid 1 Sv ongegrond verklaard inzake de inbeslagneming van een geldbedrag van €308.925 en het uitblijven van teruggave hiervan.
Klager stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking en klaagde over het ontbreken van een proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift in de meervoudige kamer.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beslag en de teruggavebeslissing in afwachting waren van het strafrechterlijk oordeel. Inmiddels heeft de strafrechter in de strafzaak tegen de beslagene het geldbedrag verbeurd verklaard, waardoor geen andere beslissing op het klaagschrift meer kan volgen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd bepaald dat een beslissing tot bewaring ten behoeve van de rechthebbende eenzelfde gevolg heeft. De verbeurdverklaring kan door klager in hoger beroep worden aangevochten.
De Procureur-Generaal bevestigt dat het verbeurd verklaarde bedrag het gehele bedrag betreft waarop het beklag betrekking heeft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag.