Conclusie
[verdachte]
Q1 Productie- of consumptieresiduen die niet hieronder nader zijn gespecificeerd
Q2 Producten die niet aan de normen voldoen
Q3 Producten waarvan de ge- of verbruiksdatum is verstreken
Q4 Stoffen die per ongeluk zijn geloosd, weggelekt en dergelijke. Hieronder vallen ook stoffen en materialen die als gevolg van dergelijke incidenten zijn verontreinigd
Q5 Stoffen die zijn besmet of verontreinigd als gevolg van vooraf geplande activiteiten (bijvoorbeeld residuen van schoonmaakwerkzaamheden, verpakkingsmateriaal, houders enz.)
Q6 Onbruikbaar materiaal (bijvoorbeeld lege batterijen, uitgewerkte katalysatoren enz.)
Q7 Stoffen die onbruikbaar zijn geworden (bijvoorbeeld verontreinigde zuren, verontreinigde oplosmiddelen, uitgewerkte hardingszouten enz.)
Q8 Bij industriële procédés ontstane residuen (bijvoorbeeld slakken, distillatieresiduen enz.)
Q9 Residuen van afvalzuivering (bijvoorbeeld slib afkomstig van gaswassing, stof afkomstig van luchtfilters, gebruikte filters enz.)
Q10 Residuen van de fabricage/bewerking van producten (bijvoorbeeld bij het draaien of frezen overgebleven residuen enz.)
Q11 Bij winning en bewerking van grondstoffen overgebleven residuen (bijvoorbeeld residuen van mijnbouw of oliewinning enz.)
Q12 Verontreinigde stoffen (bijvoorbeeld met PCB's verontreinigde olie enz.)
Q13 Alle materialen, stoffen of producten waarvan het gebruik van rechtswege is verboden
Q14 Producten die voor de houder niet of niet meer bruikbaar zijn (bijvoorbeeld artikelen die zijn afgedankt door landbouw, huishoudens, kantoren, winkels, bedrijven enz.)
Q15 Verontreinigde materialen, stoffen of producten die afkomstig zijn van bodemsaneringsactiviteiten
Q16 Alle stoffen, materialen of producten die niet onder de hierboven vermelde categorieën vallen."
nietde procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming te worden gevolgd, mits de afvalstoffen worden overgebracht tussen landen die partij zijn bij het OESO-besluit of deze gaan naar een niet-OESO-land dat heeft aangegeven deze afvalstoffen te willen ontvangen zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming. Op Guatemala is het OESO-besluit niet van toepassing en dat betekent dat Guatemala op grond van art. 37, eerste lid, van de EVOA aan de Europese Gemeenschap desverzocht had kunnen aangeven of het met betrekking tot de afvalstoffen die worden genoemd in Bijlage III en III A van de EVOA - waaronder code B 3020 - had gekozen voor een verbod of voor een voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming, dan wel of het geen controle uitoefent. Dat is niet gebeurd en daarop ziet EG-Verordening nr. 1418/200, Pb EU 2007, L316/6-52: Guatemala wordt ingevolge overweging 5 geacht te hebben gekozen voor een procedure met voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toesteming. De uitvoer van Nederland naar Guatemala van de tenlastegelegde groene-lijst-afvalstoffen diende derhalve vooraf te worden gegaan door een schriftelijke kennisgeving en toestemming. Dat aan die eisen in de onderhavige zaak niet is voldaan is niet betwist. Ter terechtzitting van het hof van 24 februari 2012 heeft de vertegenwoordiger van de verdachte blijkens het proces-verbaal van die zitting aldaar onder meer het volgende verklaard:
middelklaagt dat het Hof bij de vrijspraak van verdachte blijk heeft gegeven van een verkeerde rechtsopvatting van het begrip “afvalstof”, althans dat deze vrijspraak niet zonder meer begrijpelijk is.