ECLI:NL:PHR:2013:1299

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2013
Publicatiedatum
19 november 2013
Zaaknummer
11/05395
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 Aanvullend luchthavenreglementArt. 8a.1 Wet luchtvaartArt. 440 SvArt. 95A APV HaarlemmermeerArt. 107 APV Haarlemmermeer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar feit overtreding luchthavenreglement

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 2, derde lid, aanhef en onder a van het Aanvullend Luchthavenreglement Schiphol, met een straf van een week hechtenis. In cassatie werd aangevoerd dat het hof de verdachte had moeten ontslaan van rechtsvervolging omdat dezelfde overtreding op andere tijdstippen door het hof al niet meer strafbaar werd geacht.

De strafbaarstelling van het betreffende artikel was opgenomen in hoofdstuk VIIa van het Aanvullend Luchthavenreglement. Dit hoofdstuk is per 1 november 2009 vervallen door een wijziging in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen, waarbij overtredingen van luchthavenreglementen niet langer strafbaar zijn gesteld in de Wet luchtvaart.

De conclusie van de procureur-generaal is dat het bewezenverklaarde feit geen strafbaar feit oplevert omdat er op het tijdstip van het plegen van het feit geen strafbaarstelling meer bestond. De Hoge Raad wordt geadviseerd het arrest van het hof te vernietigen en de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.

De zaak toont tevens aan dat processen-verbaal zijn opgemaakt voor feiten die niet meer strafbaar waren, wat vragen oproept over de toepassing van strafrechtelijke bepalingen na wetswijzigingen. Er is geen andere wettelijke grondslag gevonden die de strafbaarheid van de overtreding na 1 november 2009 ondersteunt.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar feit.

Conclusie

Nr. 11/05395
Mr. Wortel
Zitting 24 september 2013
conclusie inzake

[verdachte]

1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 29 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens ‘overtreding van het bepaalde bij artikel 2, derde lid aanhef en onder a van het Aanvullend Luchthavenreglement Luchthaven Schiphol’ is veroordeeld tot een één week hechtenis.
1.2 Namens de verdachte heeft mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
1.3 Deze zaak vertoont samenhang met de zaak die bij de Hoge Raad aanhangig is onder griffienummer 11/05393, waarin ik heden eveneens concludeer.
2.1 De strekking van het middel is dat het Hof de verdachte van alle rechtsvervolging had moeten ontslaan zoals het Hof in andere zaken heeft gedaan na bewezenverklaring van dezelfde overtreding, begaan op andere tijdstippen.
Bij de schriftuur zijn gevoegd kopieën van twee tenlasteleggingen en twee (aantekeningen van mondelinge) arresten, waaruit volgt dat het Amsterdamse Hof de verdachte op 14 maart 2012 ter zake van de gedraging die hem ook in de onderhavige zaak wordt verweten maar met andere pleegdata (2 september 2009 en 15 maart 2010) van alle rechtsvervolging heeft ontslagen op de grond dat “[h]et bewezen verklaarde […] thans niet meer strafbaar [is] gesteld”.
2.2 De strafbaarstelling van overtreding van enkele bepalingen uit het Aanvullend Luchthavenreglement luchthaven Schiphol was te vinden in hoofdstuk VIIa van dat Reglement. Bij art. 38, onder D, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (Stcrt. 2009,nr. 16336) is dit hoofdstuk VIIa van het Aanvullend Luchthavenreglement luchthaven Schiphol met ingang van 1 november 2009 vervallen.
De toelichting bij voornoemde regeling houdt in, voor zover hier van belang:
“In de artikelen 38 tot en met 46 zijn de bestaande luchthavenreglementen ‘omgehangen’ naar de wet luchtvaart. Dit betekent dat deze luchthavenreglementen ná de inwerkingtreding van de onderhavige regeling berusten op artikel 8a.1 van de Wet luchtvaart. In de Wet luchtvaart is overtreding van een voorschrift uit een luchthavenreglement niet langer strafbaar gesteld. Om die reden zijn de strafbaarstellingen uit de bestaande luchthavenreglementen verwijderd.”
2.3 Art. 8a.1 Wet Luchtvaart, luidende:
“Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.”
zou als een toereikende wettelijke grondslag voor een verbodsnorm als voorzien in art. 2, derde lid onder a of b, Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Schiphol beschouwd kunnen worden, maar in een strafbaarstelling voorziet die wet dus niet.
2.4 Het bevreemdt me dat medio 2010 – de bewezenverklaring in deze zaak noemt als pleegdatum 23 april 2010 – nog processen-verbaal zijn opgemaakt ter zake van een overtreding die sinds november 2009 (althans in deze vorm) niet meer strafbaar is gesteld. Een verbazing die overigens ook wordt gevoed door mijn ervaring dat de Koninklijke Marechaussee, dat in deze zaak het opsporingsonderzoek heeft verricht, over het algemeen degelijk werk levert. Daarom heb ik geprobeerd te achterhalen of de strafbaarstelling na 1 november 2009 in een andere wettelijke regeling is opgenomen. Dat was een zoektocht zonder resultaat.
Weliswaar vond ik in de bovengenoemde samenhangende zaak een proces-verbaal van de KMar met de feitaanduiding “10 lid 1 APV […] / 95A APV […]”, maar dat lijkt me geen basis voor instandhouding van de in deze zaak uitgesproken veroordeling te kunnen zijn. Art. 95A van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Haarlemmermeer, zoals deze Verordening gold ten tijde van de bewezen verklaarde overtreding, bevat inderdaad een overeenkomstige verbodsnorm, met in art. 107 van Pro de Verordening een (algemeen geformuleerde) strafbaarstelling, maar de in deze zaak uitgebrachte tenlastelegging sluit niet aan bij dat art. 95A van de toenmalige APV. Daarin gaat het namelijk (onder andere) om aanbieden van diensten “zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders”. Als bestanddeel van de delictsomschrijving verschilt dat te zeer van het in deze zaak tenlastegelegde “zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant, N.V. Luchthaven Schiphol en/of Schiphol Groep” (en art. 10 van Pro die destijds geldende APV, betreffende gedragingen waardoor de openbare orde wordt verstoord, is al helemaal niet te beschouwen als een voortzetting van dezelfde verbodsnorm (met een andere wettelijke basis voor de strafbaarstelling)).
2.5 Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven. Het komt mij voor dat een nieuwe feitelijke behandeling niet tot een andere einduitspraak zou kunnen leiden dan hierna vermeld, zodat ik de Hoge Raad in overweging geef de zaak op de voet van art. 440, tweede lid, eerste volzin Sv zelf af te doen.
3. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, zal vaststellen dat het bewezen verklaarde feit geen strafbaar feit oplevert, en de verdachte op die grond zal ontslaan van alle rechtsvervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
wnd A-G