Conclusie
[verdachte]
onherroepelijkvonnis van de
politierechterte Dordrecht van
18 januari 2006. Het parketnummer klopt evenwel.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de Rechtbank Dordrecht. Het hof had aangenomen dat het vonnis op 4 oktober 2010 aan verdachte was betekend, terwijl uit de stukken blijkt dat de betekening pas op 4 oktober 2011 heeft plaatsgevonden.
De verdediging stelde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld op 23 december 2010, maar het hof ging uit van een eerdere betekening waardoor het beroep buiten de wettelijke termijn zou zijn. De stukken bevatten geen bewijs van betekening vóór 4 oktober 2011 en de advocaat van verdachte had zich waarschijnlijk vergist in het jaartal.
De Hoge Raad concludeert dat het middel van cassatie terecht is voorgesteld omdat niet is komen vast te staan dat het hoger beroep buiten de termijn van art. 408 lid 2 Sv Pro is ingesteld. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.