Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
4.Het geding in cassatie
5.Evenredige aftrek en de berekening daarvan
het gebruikvan goederen en diensten (voor belaste prestaties) de aftrek bepaalt, het uitgangspunt blijft. Uit de toelichting op het voorstel voor een Zesde richtlijn, waarin in artikel 17, lid 5 een met artikel 173 van Pro de btw-richtlijn vergelijkbare bepaling was opgenomen, [17] valt dit af te leiden (cursivering MvH):
het forfaitaire karakter van de algemene pro rata tot een lagere of hogere aftrek kan leiden dan die welke uit het werkelijk gebruik voortvloeien. (…)” [18]
6.Tegengaan van vertekening: artikel 174, lid 2 van de btw-richtlijn
voor zover dergelijke elementen geen uitvloeisel zijn van de bedrijfsuitoefening van de belastingplichtige. Dit is het geval bij de verkoop van investeringsgoederen en van de slechts incidenteel uitgevoerde handelingen met betrekking tot onroerende goederen of de financiering; met andere woorden
de handelingen die ten opzichte van de totale omzet van het bedrijf slechts van secundaire of toevallige betekenis zijn. Deze handelingen worden overigens slechts buiten beschouwing gelaten indien zij niet tot de gebruikelijke bedrijfswerkzaamheden van de belastingplichtige behoren.” [21]
suppliesof capital goods used by the taxable person for the purposes of his business;
transactions;
Lieferungenvon Investitionsgütern entfällt, die vom Steuerpflichtigen in seinem Unternehmen verwendet werden;
geschäftenentfällt;
livraisonsde biens d'investissement utilisés par l'assujetti dans son entreprise;
opérationsaccessoires immobilières et financières;
nietop grond van onderdeel a buiten de pro rata breuk blijft, op grond van onderdeel b, wel uit de pro rata breuk geweerd kan worden, dan wel of de omzet uit de levering van een onroerende zaak die in de onderneming gebruikt is, en die op grond van onderdeel b niet als ‘bijkomstig’ kan worden aangemerkt (en daarom op grond van onderdeel b niet buiten de pro rata blijft), dan wellicht toch op grond van onderdeel a buiten de pro rata kan blijven.
ongebruikelijkelevering van een in het bedrijf gebruikt investeringsgoed buiten de pro rata breuk blijft. Hoewel het HvJ, zoals we in onderdeel 6.14 zien, daarbij het woord ‘bijkomstig’ niet gebruikt, komt het daarop mijns inziens in wezen wel neer.
investeringsgoederendie in het kader van de onderneming worden gebruikt’ geweerd uit de pro rata breuk. De term ‘investeringsgoederen’ vinden we ook op andere plaatsen in de btw-richtlijn. Met name valt te wijzen op de artikelen 187-189 (herziening van de aftrek).
wanneer deze verkoop ongebruikelijk is vergeleken met de gewone activiteit van de betrokken belastingplichtige en het gebruik van goederen of diensten met een gemengde bestemming bij deze verkoop dus niet evenredig hoeft te zijn aan de erdoor genereerde omzet.Zoals de advocaat-generaal in punt 68 van zijn conclusie heeft opgemerkt, zou, wanneer deze omzet in de berekening van het pro rata zou worden opgenomen, de uitkomst ervan in die zin worden vertekend dat dit pro rata niet meer het respectieve aandeel weergeeft waarin de goederen of diensten met een gemengde bestemming voor belaste en voor vrijgestelde activiteiten worden aangewend.
niet die goederen omvatten waarvan de verkoop voor de betrokken belastingplichtige een gebruikelijke economische activiteit vormt.Voor de betrokkene maken de verwerving en vervolgens de verkoop van dergelijke goederen immers het gewone gebruik van goederen en diensten met een gemengde bestemming noodzakelijk.
Aangezien deze verkoop een gebruikelijke en belaste activiteit van de belastingplichtige vormt, moet de daarop betrekking hebbende omzet worden opgenomen in de berekening van het pro ratavoor de toepassing van de aftrek opdat dit pro rata zo goed mogelijk weergeeft voor welk gedeelte de goederen en diensten met een gemengde bestemming voor deze activiteiten worden gebruikt. Anders zou het doel van de neutraliteit van het gemeenschappelijke btw-stelsel in gevaar komen.
gewone activiteit vormt die hij beroepsmatig en systematisch organiseert,zou het bijgevolg in strijd met dat doel van neutraliteit zijn indien deze belastingplichtige niet daadwerkelijk wordt ontlast van het gedeelte van de btw over de algemene kosten die zijn gemaakt om deze verkoop te verrichten en dus om de gewone belaste economische activiteit uit te oefenen. Derhalve kan niet worden aangenomen dat de omzet uit deze verkoop slaat op „investeringsgoederen welke door de belastingplichtige in het kader van zijn onderneming worden gebruikt” in de zin van artikel 19, lid 2, van de Zesde richtlijn.”
de gebruikelijke economische activiteiten van deze onderneming behoort.”
en integrerende del af denne virksomheds sædvanlige økonomiske virksomhed.”
partie intégrante des activités économiques habituellesde cette entreprise.’’
integraler Bestandteil der regelmäßig ausgeübtenwirtschaftlichen Tätigkeiten dieses Unternehmens ist.“
integral part of the usual business activitiesof that undertaking.”
geensprake is van een bijkomstige handeling (en dat derhalve opname in de pro rata breuk geboden is) indien de activiteit in kwestie het ‘rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk’ van de belastbare activiteit vormt. Ik vermeld in dit verband met name de arresten van het HvJ van 11 juli 1996, Régie Dauphinoise, C-306/94, BNB 1997/38 m.nt. Van Hilten [32] en van 29 april 2004, EDM, C-77/01, BNB 2004/285 m.nt. Van Hilten. [33] Omzet uit rechtstreekse, noodzakelijke en duurzame verlengstukken van de onderneming behoren derhalve in de pro rata te worden opgenomen. Van een ‘verlengstuk’ in de hier bedoelde zin lijkt sprake te zijn indien de fondsen waarmee een (financiële) handeling wordt verricht, voortkomen uit de bedrijfsuitoefening. [34] Daarnaast kan – vide het arrest EDM [35] – bij de bepaling van de bijkomstigheid van (financiële) handelingen ook een rol spelen of (mogelijk bijkomstige) handelingen slechts een zeer beperkt gebruik impliceren van goederen of diensten waarvoor belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is.
in het kader van de ondernemingwas gebruikt.
Aangezien zij immers voortvloeit uit diezelfde bouwactiviteit, vormt zij het rechtstreekse verlengstuk ervan. De algemene organisatie van haar activiteiten impliceert dat NCC, vooraf en met regelmaat, duurzaam een bepaald aantal, hoe klein ook, voor eigen rekening te bouwen gebouwen plant, die zij voornemens is later zelf te verkopen.
De hieruit voortvloeiende activiteit van de verkoop van onroerend goed, lijkt derhalve niet incidenteel, maar volgt noodzakelijkerwijs uit een bewust streven door de onderneming om in het kader van haar beroepsactiviteit een activiteit inzake de verhandeling van onroerend goed dat zij voor eigen rekening heeft gebouwd, te ontplooien.
Deze activiteit draagt bij tot de doelstelling van de onderneming en wordt met een commercieel oogmerk verricht(zie naar analogie arrest EDM, reeds aangehaald, punt 67) [36] .”
ofwanneer zij een aanmerkelijk gebruik van de goederen of diensten waarvoor btw verschuldigd is, impliceert (arrest van 29 april 2004, EDM, C‑77/01, (…), punt 76).”
vormt zij het rechtstreekse verlengstuk ervan.De algemene organisatie van haar activiteiten impliceert dat NCC, vooraf en
met regelmaat, duurzaam een bepaald aantal, hoe klein ook, voor eigen rekening te bouwen gebouwen plant, die zij voornemens is later zelf te verkopen. De hieruit voortvloeiende activiteit van de verkoop van onroerend goed, lijkt derhalve niet incidenteel, maar
volgt noodzakelijkerwijs uit een bewust streven door de onderneming om in het kader van haar beroepsactiviteit een activiteit inzake de verhandeling van onroerend goed dat zij voor eigen rekening heeft gebouwd, te ontplooien. Deze activiteit draagt bij tot de doelstelling van de onderneming en wordt met een commercieel oogmerk verricht (zie naar analogie arrest EDM, reeds aangehaald, punt 67).
te worden aangemerkt als het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van een belastbare activiteit van de onderneming, zonder dat in concreto behoeft te worden beoordeeld in hoeverre deze verkoopactiviteit, op zich beschouwd, een gebruik impliceert van goederen of diensten waarover btw verschuldigd is.”
niethet rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk is van de normale bedrijfsactiviteiten,
engeen aanmerkelijk gebruik van (voor)belaste goederen en diensten impliceert.
Het ligt voor de hand dergelijke min of meer toevallige factoren uit te schakelen.”
7.Ex-huurwoningen in de pro rata breuk of niet?
gedurende meerdere jaren plaatsvindten dat de daarmee gegenereerde opbrengst [43] nodig is ter financiering van de door eiseres gerealiseerde nieuwe huurwoningen. De verkoop van de woningwetwoningen past bovendien
binnen de doelstelling van eiseres inzake verbetering van de woonkwaliteitin de wijken.” [44]