Conclusie
“De raadsvrouw deelt mede, zakelijk weergegeven:
De raadsmandupliceert, zakelijk weergegeven:
de voorzitterhet volgende mede:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf wegens diefstal en meerdere pogingen tot oplichting. In hoger beroep voerde zijn raadsvrouw een preliminair verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het ontbreken van cautie, het ontbreken van een tolk bij verhoren en een onrechtmatige huiszoeking zonder machtiging en toestemming.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen sprake was van doelbewust en met grove veronachtzaming handelen door het Openbaar Ministerie. Het hof gaf aan dat eventuele verzuimen mogelijk tot bewijsuitsluiting of strafvermindering konden leiden, maar niet tot niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is, mede omdat de verdachte geen nadere beschrijving van de omstandigheden van de vermeende verzuimen heeft gegeven. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het Openbaar Ministerie blijft ontvankelijk in de vervolging.